is toegevoegd aan uw favorieten.

De rechtsverhoudingen in de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te Haarlem

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regulen waar naar men zig in het bestuur der Secree te Kas se zal gedragen, die agter het teegenwoordige Resolutieboekje te vinden zijn, en welken de President, op zekere verbeurte, gehouden is, aan Nieuwe Leden, bij hunne eerst komst in dit Collegie, te doen voorlezen, betreffen alleenlijk het inwendig of huishoudelijk bestier van dit fonds, zijn ten zulken einde door deszelfs directeuren onderling beraamd, en behoeven slegts zo lange geobserveerd te worden, als de gezamentlijke directeuren zulks goedvinden.

Geheel anders is het met de Wetten, of Regulen geleegen, die door de eerste aanleggers van het fonds tot een grondslag zijn gelegd, waarop het zelve gevestigd is, en waar op de directeuren gecreëerd zijn en aangesteld. In zo verre deeze wetten niet vervallen zijn uit zig zeiven, blijven ze, buiten de tusschenkomst van dat Collegie, 't welk dezelve gemaakt en vastgesteld heeft, in haare volle kragt.

Deeze laatstgenoemde Oorsprongelijke wetten, zo als bovengemeld is, zijn begrepen in het meermaals aangehaald naarvolgend geschrift.

(Copie van de Opregting, en van de wetten, der Secreete Kasse, gearresteerd 18 Mey 1713).

„Project, omme tot onderhouding van dén Predikdienst onder de „doopsgezinde gemeente, haare vergadering houdende te Haarlem, „op t Klein Heilig Land, in den Blok, eene genoegzaame Somme „gelds te Negotieeren, bij forme van Lijfrenten teegens vier guldens „ten Honderd in 't Jaar.

„Alzo de Dienaren en Diakenen der voorschreeven gemeente in overweging genomen hebben, dat hunne Predikdienst zeer zwak is, en zij, „door het missen, of overlijden van eenen of meer der Leeraren, in groote „verlegendheid zouden konnen geraken; so is 't, dat zij, om daarin „tijdelijk te voorzien, hebben goedgedagt, om alle hunne Eerwaarde „Broederen en Zusteren, die eeni£ vermogen en liefden tot de gemeente, „en den dienst des goddelijken Woords hebben, benevens alle andere „geliefde vrienden, zeer minlijk en ernstiglijk te verzoeken, om hunne „liefde Pligt te toonen, en te helpen vervullen, op dat men door den tijd „een genoegzaam Kapitaal zouden mogen bekomen, om van de Jaarlijks „inkomende Interessen, een, twee, of drie Leeraaren in zo verre te „kunnen salarieeren, en ijder derzelven drie Honderd guldens 's Jaars te „kunnen geeven; mits dat daar voor 't bezorgen van de derde Predik„beurte van hen werden aangenomen: of bij genoegzame of meerdere ,-aangroeij van 't gemelde Kapitaal, zal men te dien aanzien, zodanige „andere mesures neemen, als men met nader overleg gezamentlijk zal „oordeelen, te behooren; welverstaande wanneer 'er geene gevonden „worden, die geneegen en magtig zijn, om den Predikdienst uit Liefde „waarteneemen. (N.B. Pieter Schrijver zal onder dit getal niet gereekend

7