is toegevoegd aan uw favorieten.

Antwerpen vóór 100 jaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

un schelem avec sophie, et sur cela tu penses bien que nous avons été assaillies par nos messieurs; tu peux être convaincue ma petite, que j'ai fait mon possible, pour empêcher ce malheureux shelem, ainsi ne me gronaes pas, je t'en prie... »

Een chelem 'gaf waarschijnlijk het recht aan de heeren de damen te kussen; anders zou Jenny zich niet tegenover haar jong zusterken moeten vrijpleiten. Die Mr Cuvelier schijnt wel een mededinger te zijn geweest van Mr Teichmann; doch het is niet moeilijk te onderscheiden tot wien het hart der schoone neigde.

Wat de kozakken betreft, deze waren de teekenende figuren in het leger der bondgenooten. Altijd is er spraak van hen, zoowel in de Fransche mémoires als in die nederige mededeelingen van twee jonge meisjes. Ook in het geheugen van 't volk lieten zij een onuitwischbaar aandenken. Zoo vertelde mij eene oude werkvrouw die, jaren lang, in onze familie kwam, welken schrik zij inboezemden bij hunne verschijning, hoe men haastig deuren en vensters sloot en vooral geen meisje alleen op den akker liet, want die was niet in veiligheid. De oude keukenmeid, van wie ik vroeger sprak, had ook eene levendige herinnering bewaard van de Schotten « met hunne korte rokskens ».

Jenny sluit haren brief in meer ernstige stemming : « ... je suis forcée de te quitter, ma chère petite Mimi, paree que je voudrois aller au salut, et de la chez maman, faire de la charpie, les pauvres blessés en ont grand besoin... »

De volgende — « vendredi 21 janvier 1814 » — opent op de teleurstelling die zij ondervond omdat het nieuws uit Douai uitbleef: « ...je suis persuadée que si 1'Empereur savoit toute 1'importance du sujet que nous traitons ordinairement, il mettroit a notre disposition le télégraphe au