is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een bleeke man met holle oogen kwam op den roep te voorschijn.

„Een manke poot, Abel," zeide de voerman, van zijn zitplaats op den wagen naar den linker-voorhoef van zijn trekdier wijzend.

De bleeke man knikte geheimzinnig en plechtig. Toen knielde hij naast het paard neder op den dijk. Hij zette eerbiedig zijn pet af, en legde die naast zich neer. Nu begon hij onverstaanbare woorden te prevelen, en intusschen wreef hij den kreupelen paardepoot. Het wrijven en prevelen duurde lang. De heer, die de lezing moest houden, stiet op een gegeven oogenblik een kreet van ongeduld uit. De voerman wierp den heer een verontwaardigden blik toe, waarin een bestraffing over het plegen van heiligschennis onmiskenbaar was. De „belezer" wreef en prevelde voort. De voerman zat star in roerloozen eerbied. De heer poperde. De zon dook weg onder de kim. Eindelijk rees Abel langzaam op van zijn knieën. Een kwartier had de plechtigheid geduurd. „Klaar, Abel?" vroeg de voerman. „Ja", antwoordde Abel met ijzige grafstem. „Hort!" riep de voerman. Voort ging het weer langs den NoorderY-en-Zeedijk.

En het paard liep evenzoo mank als tevoren.

Toen de heer ter plaatse, waar de lezing zijn zou, afstapte, was het juist drie kwartier na den vastgestelden begintijd en was de zaal leeg. De heer vernam, dat het publiek een half uur op hem ge-