is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo heeft onze groetenman, die ouderling is, ons laatst verteld, wat visscher Veld bij het huisbezoek ten antwoord gaf op de uitnoodiging om aan het heilig Avondmaal deel te nemen, Visscher Veld antwoordde op de noodiging tot het heilig Avondmaal: „Zeker beloven kan ik het niet. Ik moet voor een vischzaak vier dagen naar de gevangenis. Ik ben bang, dat de Avondmaals-Zondag in die vier dagen zal vallen. Maar als ik op dien Zondag niet in de gevangenis ben, hoop ik het voorrecht te hebben aan het heilig Avondmaal mede aan te zitten."

Onze groentenman schudde, toen hij het ons vertelde, het hoofd over dat antwoord. Hij sprak: „Ik ben er nog nooit in geslaagd, ook maar één dier visschers ervan te overtuigen, dat die overtredingen, waarvoor zij telkens naar de gevangenis moeten, zonden tegen een heilig God zijn."

Maar ik zeide: „Ouderling, dat zal wel komen, doordat gij daarvan zelf niet heel diep overtuigd zijt."

„Het zijn toch ongehoorzaamheden aan de wet," hernam onze groentenman.

Doch ik antwoordde opnieuw: „Ouderling, zeg eens, zou God met de wet of met het recht te maken hebben? Dat is iets treurigs, groentenman, dat onder ons, menschen, dikwijls de wet wat anders is dan het recht en het recht wat anders dan de wet."

Op dat oogenblik viel een mand met uien van de groetenkar af. En de groentenman kon het