is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat is inderdaad de richting der liefdezuster — zoo niet haar eenige, dan haar eenige in het oog vallende — : de richting naar de sponde, waar smart voor haar valt te verzachten.

Die richting voert haar een half uur wielrijdens op zij af van den grooten weg, tot daar, waar het pad eindigt bij het in volstrekte eenzaamheid gelegen „Truitjes Hoeve". Op „Truitje's Hoeve", in de groote bedstede van de woonkamer, steekt het kleine, bleeke gezichtje van het kind der boerenechtelieden uit de dekens.

„Zuster, kindje", zegt de moeder, de dekens opslaande. Twee magere armpjes strekken zich uit naar de deur, waardoor de liefdezuster binnen komt, en een blij lachje vliegt over het witte kindergelaat.

Zuster verricht haar taak aan het kranke kindeken, en spreekt terwijl korte bemoedigende woordjes tot het wicht.

Als zij gereed is, klettert het tegelijk buiten tegen de ruiten en buldert het door de schouw. De hagelsteenen als knikkers razen opeens door de ruimte, uit de wolken, die reeds lang onheilspellend gedreigd hebben, en de storm steekt plotseling op met macht en geweld.

Zuster blikt verschrikt door het venster naar het noodweer. De boer van „Truitje's Hoeve" vult zijn

wang met tabak.

„Dat wordt een reis terug, zuster! merkt de

moeder van het geholpen kind op.