is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

Toen Wiesje geboren was.

Toen Wiesje geboren was, ging een twaalfjarig buurmeisje langs de huizen, en dreunde aan elke voordeur de boodschap op, gelijk het gebruik die voor zulke gevallen heeft geheiligd: „De groetenis van buurman en zijn vrouw, en dat zijn vrouw verlost is van een dochter, en alles is wel." Toen de boodschap bij den meester gebracht werd, zeide hij, dat er twee fouten in den stijl waren, en toen zij bij den dominee werd gebracht, zeide deze, dat de geheele keuze van de boodschapster een fout was. De overige menschen, aan wie de boodschap gedaan werd, zeiden er niets op.

Nadat Wiesje haar eersten groei uit het zuigelingsvoedsel had ontvangen, voedden haar ouders haar verder op met brood en middagspijzen. Voor 't overige bestond hun opvoeding van hun telg in een nauwgezet acht geven op de omstandigheid, of Wiesje ook soms het een of ander „wel niet leek te willen. „Zij lijkt het wel niet te willen," was de maatstaf, waarnaar de teedere ouders hetzij van hun teeder dochtertje iets vorderden, hetzij haar van iets ontsloegen. De geheele buurt zou er dan ook schande van hebben gesproken, indien iets van het kind verlangd ware, waarvan het gold: „Zij lijkt het wel niet te willen." Neen, zoo hartelooze en wreedaardige opvoeders waren Wiesjes ouders niet.