is toegevoegd aan uw favorieten.

Noord-Hollandsche menschen en dingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het als zilvergerinkel: „Ben ik bang voor drukte?"

Oude Meeuwis klopt het dappere wijfje op den schouder. Dan, nu met volle overtuiging, tot den jongen Meeuwis: „Kazen, mijn jongen!"

Gedurende twee uren en een kwartier behandelen zij samen het winstgevende, bij de tegenwoordige prijsverhouding, van het kazen boven den melkverkoop. Dan keert oude Meeuwis huiswaarts.

Moeder Grietje vraagt hem niets. Wel ziet zij hem aan met een stille gelaatsuitdrukking, die geheime belangstelling in de uitkomst van het bezoek aan de jongelui verraadt.

Als Meeuwis die onderzoekende oog uitdrukking van zijn gade opvangt, zegt hij: „Zij moeten kazen, moeder."

„Kazen?" roept zij verschrikt, ook zij, gelijk iedere rechtschapen Noord-Hollandsche plattelander, vervuld van ontzag voor de drukte, die kazen veroorzaakt.

Nu legt Meeuwis ook zijn vrouw de noodzakelijkheid uit, zoomede het voordeelige in de tegenwoordige omstandigheden, van het besluit, dat de jongelieden zullen kazen. En, ja, moeder Grietje wordt meer en meer voor het denkbeeld van kazen gewonnen. In geestdrift zelfs voor het plan van kazen eindigen vader Meeuwis en moeder Grietje samen hun dag.

Waarom ook weer was hij door haar uitgezonden tot het jonge gezin?