is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliezen, dat het kind met z'n eenmaal verworven klanken-complex uitsluitend z'n vreugde wil uiten. Dada hoorde tot het eerste brabbelrépertoire van'n zoontje van Li n dn er. 't Werd schijnbaar de naam van alle personen uit de omgeving, ook van de melkflesch en ten slotte van ieder opvallend ding. 'n Algemeen begrip? Nogmaals neen. 't Is 'n aanwijzende klank, die zeggen wil: „Dat maakt m'n belangstelling gaande" of „Dat trekt m'n aandacht."

We hebben tot nu toe al verschillende echte kleuterwoorden de revue laten passeeren, maar er was nog geen enkele naam, d. i. zaakaanduiding bij; alles was gevoels- en wilsuiting. Toch zal het niet lang meer duren, of de dreumes gaat over tot 'n meer verstandelijk en objektief woordgebruik. Z'n aangeboren naboots-instinkt helpt hem daarbij den weg bereiden. We wezen er reeds op, dat de onomatopoëtische be-teekening de eenvoudigste en meest-voor-dehand-liggende vorm is van de aanduiding-in-'t-algemeen; het teeken immers is hier zélf 'n deel van het objekt dat be-teekend wordt. Welnu, thans nog meer dan in het tweede halfjaar, mag de kleuter 'n levende echo genoemd worden: hij tracht alles wat hij hoort, na te doen, zoowel de gesproken woorden als allerlei andere geluiden. Men spreekt dan ook van het stadium der echolalie en der onomatopee. Keesje bij voorbeeld beproefde in dezen tijd z'n kracht aan 'n keffend hondje, aan 'n horloge, aan de tram, aan 'n motorfiets. Oorspronkelijk bedoelt de dreumes bij het gebruiken van deze geïmiteerde klanken de geluiden zélf, maar eenerzijds door de associatie tusschen de geluids-voorstelling en het beeld van den geluidsproducent (hond, klok), die steeds inniger en levendiger wordt, anderzijds door de onlangs ontdekte wetenschap, dat volwassenen met bepaalde woorden bepaalde dingen aanduiden, komt hij er spoedig toe, met z'n afgeluisterde klanken de objekten aan te duiden, waaraan hij de geluiden opmerkt. Zoo worden tiktak, wouwou enz. werkelijk namen, waarmee de dreumes de heusche klok aan den muur, den heuschen huishond bedoelt. De kinderkamer is het dorado van de onomatopee. Toen Hilde Stern IV2 jaar was, beschikte ze o. a. over de volgende: wouwou = hond; muh = koe; piep-piep =