is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het aangehaald gedichtje b.v. vinden we, behalve de affrikaat ts alleen het woordje Mond, waarvan èn de n èn de / worden weergegeven; overal elders blijft één der twee weg. Eerst in het derde levensjaar — waarover later — begint het kind ook in deze kunst voorgoed vorderingen te maken.

Overzien wij thans vluchtig den heelen weg, dien het kind heeft af te leggen, van het begin van het tweede jaar af.

Natuurlijk worden de konsonanten niet apart en los geoefend, zooals vroeger in de brabbelperiode soms, maar in klankgrepen of silben. Het eerst komen aan de beurt verbindingen van medeklinker + klinker. Dag wordt nagezegd als da, trem als tè, pap als pa.

Nu slaat de dreumes aan 't redupliceeren: pappa, mamma, nanna, tètè, nènè, eerst met korte scheiding, pa pa, dan verbonden. Uit pappa groeit pappe en dit wordt eindelijk pap. De kombinatie mkl + kl + mkl is nu bereikt, de silbe is niet slechts aan het begin, maar ook aan het einde dicht gemaakt. Nu eenmaal mam en pap kunnen gezegd worden, verschijnen ook weldra tat voor pats, kik voor Dirk, iit voor kist, enz., allemaal woorden waarbij beginen slotmedeklinker gelijk zijn, terwijl de silbe-drager een der „gedekte" klinkers a. è i ö of ü. is.

Iets moeilijker is het, den beginmedeklinker onafhankelijk te maker) van den slotmedeklinker, maar ook dat gaat nu gelukken. Naast mam, tet, kik komen tam, pet, mik.

Ondertusschen worden ook de „vrije" klinkers in studie genomen: aa, ee, uu, oe, etc. „Deken" zei Keesje als keke, „boeken" als koeke. Thans moet nog de onduidelijke klinker aan het slot verdwijnen, en we zijn gekomen tot woorden als tuut = auto, taat = paard, muim = duim, moom = boom. Vóór en na den vrijen klinker vinden we dus wéér denzelfden medeklinker, waarbij de eerste onder invloed staat van den laatsten, niet omgekeerd.

'n Nieuwe prestatie is het verzelfstandigen van den beginkonsonant, waardoor taat voor „paard" verandert in paat. Zoo wordt „brood" gezegd als boot, „kaas" korrekt als kaas. Wéér hebben we hier dus mkl + kl + mkl, nu echter met 'n vrijen vokaal (of tweeklank) als silbedrager.