is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekken: „Piet jas", wat vertaald kan worden door „Piet z'n jas", of zooals het in sommige dialekten heet: „Piete jas".

'n Zelfde samenvallen in één konstateering hebben we in: kroesje melk, glas water, waarmee de oude spraakkunst eigenlijk geen raad weet, als het op benoemen aankomt; Van Ginneken meent ook hier van 'n subjekt (glas) en 'n predikaat (water) te kunnen spreken. Psychologisch beschouwd, bestaat er geen verschil met de voorafgaande voorbeelden: poesje hek, papa hoed, enz; telkens hebben we 'n voorbijgaand ineensmelten van twee voorstellingen, uitgedrukt in één bedoeling.

Tot de substantief-koppelingen behooren ook zinnetjes als: „Danna kuha" = Tante gab mir Kuchen (Preyer); „Opapa bibip" — Groszvater hat einen Vogel mitgebracht. (Tögel). Logisch redeneerend komt men er toe, het eerste deel hier te beschouwen als subjekt, het tweede als objekt, zooals Stern dan ook doet. Ten onrechte echter: danna is werkelijk onderwerp, omdat het aangeeft waarover gesproken wordt; kuha echter is niet voorwerp, maar gezegde, daar het aangeeft wat de kleuter over het onderwerp te zeggen heeft. Echte voorwerpen komen pas later in de verbaalzinnen.

Over die verbaalzinnen moeten wij thans gaan spreken. Het is 'n feit, dat het werkwoord als scherp gekarakteriseerde woordsoort later voor den dag komt dan de substantieven, maar valsch is de meening van Meumann, dat alle eerste kleuterzinnetjes koppelingen zouden zijn van louter zelfstandige naamwoorden. De volgorde is deze: eerst komt de zinwoordsperiode, dan het substantiefstadium en vervolgens het werkwoordtijdperk; tusschen twee en drie ligt slechts 'n kleine tusschenruimte.

Aan werkwoorden vinden wij van Keesje reeds vóór z'n 20e maand genoteerd: rijen, hebben, kriebelen, zitten, kijken, draaien, vallen, bouwen, dragen, gooien. Kort daarna komen nog 'n massa andere. Die werkwoorden ('t spreekt vanzelf, dat ze alle nog vreeselijk worden geradbraakt) gebruikt Keesje ook reeds in zinnetjes: Kom = ik kom; vogeltje valt; Piet eten = Piet eet; Keesje hebben = Keesje wil hebben; Moeder slaan = ik zal moeder slaan; Moeder schrijven

rtA