is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden, vooral met infinitieven. Éérst ervoor en dan, als de gevoelentjes zich gekristalliseerd hebben tot overgangs-konstateerinkjes, er achter. Bij voorbeeld: boofe limme — naar boven klimmen; same boeke kijke; onde dekke = wil u me onderdekken; efe kome = even komen; nie kappe = niet krabben; nie oesje = niet hoesten; ekke erijt = genoeg gereden; lekke luist = lang genoeg geluisterd. Met 'n persoonsvorm: toet ope — het gaat open; toet ticht. En achter het werkwoord: pak fasj = ik heb het vast; sit fas = ik zit vast. 't Onderwerp voorop: da chaa niet.

Daar de bedoelde woordjes langzamerhand 'n tamelijk sterke objektieve beteekenis hebben gekregen, kunnen ze ook als zelfstandig gezegde gebruikt worden. Op deze manier: koek af = weg met de koek; tasj af = (moeder) sta me je tasch af; toem uit = de stoel moet omhoog (om er op te rijden). Spreekt hier het volitioneele nog krachtig, hetzelfde verschijnsel doet zich voor in zuiver konstateerende zinnen, als: weg hoed, (toen z'n muts op de draaitafel plotseling van hem weg draaide); Kooraap op — de koolraap is op; tem pot — m'n tram is kapot; da moene weer of moene thuis.

Al 'n heele massa bepalings-materiaal heeft de kleuter op de beschreven wijze verzameld, dat hij nu voorgoed in den zin kan gaan verwerken. Naar z'n wezen neemt de bepaling in het zinsgeheel 'n ondergeschikte plaats in. Juist echter zooals vroeger het voorwerp, nadat het pas ontdekt was, domineerde, zoo heeft ook nu de bepaling voor den kleuter nog den glans en de aantrekkingskracht van het nieuwe en dringt zich in z'n bewustzijn op het voorste plaatsje. Omgekeerd echter is er ginds zooals hier 'n zekere afhankelijkheid. Het voorwerp wordt gedragen door het gezegde en de bepaling door het substantief of het werkwoord. Vooral bij de bijvoeglijke bepaling komt dit aan het licht: het adjectief schikt zich namelijk wat z'n vorm betreft naar het substantief. Zoo praatte Keesje van rooie broek en lieve jongen met de bekende buigings-e, maar van mooi weer en lief duifje zonder die e, omdat de bepaalde substantieven hier onzijdig zijn. Natuurlijk is dit geen eigen vinding, doch uitsluitend navolging.