is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Rika en Jan", maar de beide leden, één waarneming en één herinnering, zijn even goed van gelijken rang als in het vorige geval. Ook, en en als heeten alle drie voegwoorden: het zijn de overgangswoordjes voor de névenschikking.

Tegenóver deze voegwoorden staan de overgangs-gevoelentjes bij de onderschikking: de voorzetsels. Heel geleidelijk al weer heeft Keesje dit onderscheid leeren maken. Zei hij vroeger: faje doosje, moenes kilte, Piet jas, (gemitiefbetrekkingen!) dan was heel duidelijk faje, enz. de baas en doosje, etc. de ondergeschikte, maar die verhouding werd niet apart uitgedrukt. Toen kwam: koete man emmer an (daar komt 'n man met 'n emmer aan), waar het overgangsgevoelentje wèl vertegenwoordigd is, door an namelijk. Nog één stap, en het voorzetsel is bereikt. Dien stap zèt de dreumes en zegt: kaper van tante = papier van tante; deke ofe foetje = de deken moet over het voetje. — Zijn nevenschikkende voegwoorden en voorzetsels in zekeren zin antipoden, anders is het bij de onderschikkende voegwoorden. Maar die kent de tweejarige nog niet.

Even moeten we nu terug naar een soort van zinnetjes die reeds in het vorig hoofdstuk vermeld werden, n.1. kache fuitje, moene soet, oopa kaat en dergelijke. Het primititieve hiervan bestaat in het ontbreken van het koppelwoord, dat immers in nominale zinnen bijna steeds wordt aangetroffen. Gelet op de samenhoorigheid der beide deelen hebben we hier noch te doen met 'n onderschikking, noch met 'n nevenschikking, maar met 'n samenschikking. Van 'n eenigzins ander standpunt beschouwd, kunnen we ook zeggen, dat het een aan het ander wordt toegekend, waarom Van Ginneken dan ook spreekt van 'n toekenning of prediceering. Gelijk nu de dreumes eerst bij de nevenschikking en toen bij de onderschikking 'n overgangsgevoelentje en 'n woordje daarvoor heeft ontdekt, zoo ontdekt hij dat ook hier. Daarmee is dan het oogenblik daar, waarop wat hij reeds zoo vaak heeft gehoord, ook over z'n eigen spraakdrempel komt, m.a.w. dat hij het koppelwoord is gaat gebruiken, 'n Heele rij /s-zinnetjes heeft Keesjes moeder van hem opgeteekend, waarvan we er in den loop van dit hoofdstuk reeds verschillende