is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derlijke deelen vastzitten, waarvan het eene ondergeschikt is aan het andere. — In vaje en moene, Rika en Jan daarentegen hebben we te doen met 'n nevenschikking: de beide deelen staan gelijkwaardig naast elkaar, en wat door de verbinding wordt uitgedrukt is niets anders dan de saamhoorigheid.

Samenschikkingen, onderschikkingen en nevenschikkingen doen zich reeds voor in het substantief-stadium. Nieuwe vruchten van kleuterlijk denken rijpen in den jongen geest als eenmaal het aktietijdperk is aangebroken. Merkwaardig zijn in dit verband de risten zinnetjes die Keesje maakte met z'n lievelingswoordje: doei: Doet eze ia-ia; doet auto toe-oe-oe; pats doet bed; pats doet de doos; enz. Niet slechts voorstellingen van allerlei dingen en geluiden zijn hier in 't spel, in de dreumes leeft ook 'n vaag vermoeden, dat alle dingen 'n eigen geluid hebben, wat hij dan ook, na allerlei proeven met z'n passe-partout doet, ten slotte kan konstateeren. Op dezelfde wijze komt hij tot de konklusie, dat z'n ouwe bekenden, de dingen die hij reeds met hun naam leerde aanduiden, er ook alle 'n eigen beweging op na houden. Twee nieuwe verstandsprestaties.

Ook het „kristallizeeren" van het gevoel, de overgang van gevoelsinterjekties in echte bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden en voorzetsels is 'n vrucht van het denken. Soete moene duidde aanvankelijk niets aan dan 'n persoonlijken, aangenamen gevoelstoestand. Later echter, in het kenmerkstadium, werd het 'n eigenschapswoord, d. w. z. de kleuter bedoelde er mee 'n hoedanigheid van moeder, die buiten zijn persoontje werkelijkheid was. Bed uit en uit bed waren eerst aanduidingen van 'n overgangsgevoelentje, maar werden later overgedragen op de beweging, zoodat Keesje met die woorden ging bedoelen: het uit het bed gehaald worden.

Van nu af aan begint de „gedachte", de bedoeling, hoe langer hoe meer de hoofdbeteekenis te worden van allerlei woorden en konstrukties. „De voorstellingen zijn er het geraamte, de gevoelens er slechts de fijnere nuanceeringen en omtrekken van. De bedoeling zingt solo, voorstelling en gevoel accompagneeren den zang, als piano en viool." (Van Ginneken.)