is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanduiding van 'n voorstelling die nog benoemd moest worden en die het hoofdkenmerk gemeen had met 'n bekende voorstelling, waaraan al 'n naam geassociëerd was. Het kind maakte niet 'n bewuste vergelijking tusschen het opstuivende stof en den stoom, dat stof was stoom, die immers net zoo in wolken uit 'n lokomotiefpijp omhoog gaat. Dat hondje moest op de wandeling altijd bij die grootere dame blijven, die dame was dus 'n moeder, net zoo goed als haar mama. Het wekt verbazing, met welke zekerheid 'n kind de overeenkomst van ongelijksoortige dingen waarneemt, zelfs daar waar die aan volwassenen ontgaat of tenminste door hen slechts met moeite gevonden wordt. Niet zelden ook heeft de kleuterlijke aanduiding iets pakkends en eclatants, en verrast zegt men vaak: „Ja, zoo is het, die dingen lijken op elkaar; vreemd, dat ik dat zélf nooit gezien heb!" Tracy vertelt van 'n kleuter, die 'n klein geldstuk betitelde als baby-dollar. Het dochtertje van Romanes noemde, IV2 jaar oud, 'n schaap mamma-bah, het lam Ilda-bah, nadat ze voor haar jonger broertje Ernst den naam Ilda had gevonden, 'n Kruisband om 'n krant noemde het dochtertje van De Vooys 'n mofje, 'n kind uit 'n ander gezin zei manchet; waaruit blijkt dat de voorstelling die door de nog niet benoemde waarneming wordt opgeroepen, niet bij alle kinderen dezelfde is.

Wat in de gegeven voorbeelden nog opvalt, is het feit, dat op dezen trap van het aktieve spreken alle woordverschuivingen plaats hebben in konkrete en niét in logische lijn: terecht spreekt men van het associatief-reproduktieve stadium. Ieder woord is bij eerste gebruik de aanduiding van één enkel ding en geassociëerd aan 'n indioidueele voorstelling, of, nauwkeuriger uitgedrukt, slechts aan één bepaalde eigenschap of kenmerk van die voorstelling. Waar het kind het bepaalde kenmerk waarneemt, gebruikt het spontaan het woord dat er aan vastzit, zonder er zich om te bekommeren, of er in het nieuwe waarnemingsobjekt wellicht kenmerken aanwezig zijn, die het gebruik van dat woord verbieden. De kleuter vergelijkt niet, abstraheert niet, analyseert niet, maar volhardt bij z'n konkretisme, lang nog nadat het aktieve spreken begonnen is.