is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opvallend is het meer dan eens gekonstateerde verschijnsel, dat kinderen op dezen spraaktrap of zelfs nog later met één en hetzelfde woord eigenschappen en werkingen aanduiden, die voor volwassenen niet alleen niet samenvallen, maar kwalitatief zeer groote verschillen vertoonen, of zelfs eikaars tegengestelde zijn. We bedoelen logische correlata als: hoog en diep, berg en dal, links en rechts, vóór en achter. Bij Tracy vinden we melding gemaakt van 'n kind, dat het woord (h)ot gebruikte voor te heet water, kort daarop echter ook voor te koud water. De schrijver meent, dat we hier te doen hebben met 'n associatie door kontrast. O.i. ten onrechte. Ook hier is analogie. Het kind geeft alleen uiting aan het gelijke gevoelsmoment in z'n gewaarwordingen, in dit geval het onaangename en pijnlijke van de extreme temperatuur. Het jongetje van Lindner maakte zich in z'n tiende maand het woord op eigen, dat onmiddellijk daarna ook af ging beteekenen. Hoed öp beduidde dus even goed „den hoed opzetten" als „den hoed afzetten." In werkelijkheid is op slechts 'n klanksymbool om den wensch te beteekenen met den hoed een of andere handeling te zien uitgevoerd, onverschillig welke. Preyer's jongen gebruikte op n zelfde manier „te veel" ook voor „te weinig", en 'n andere kleuter zei zelfs „neen", als hij iets bevestigen wilde. Niet in alle dergelijke gevallen is het even gemakkelijk 'n algemeen gezichtspunt, of beter gevóelspunt, te vinden, vanwaar uit de bedoelde woorden „restloos" te verklaren zijn, maar beslist te verwerpen blijft toch de logische interpretatie van Lindner en Preyer, die beweren, dat het kind de aangeduide tegenstellingen reeds zou kennen als de uiterste leden van 'n bepaalde begrippenrij. Daartoe toch zou noodig zijn het subsumeeren van het lagere begrip onder het hoogere, 'n logische prestatie, die pas vele jaren later mogelijk wordt. Ook hier weer heeft men biogenetische rekapitulatie gezien. In sommige primitieve talen zouden enkele woorden naast 'n bepaalde beteekenis nog 'n andere daar-tegenoverstaande hebben. In het Chineesch bij voorbeeld beteekent het woord lun „in orde brengen" èn „in wanorde brengen"; yé = tevreden-zijn èn ontevreden-zijn. Wat er van deze overeenkomst moge wezen, ze geeft in ieder geval geen verklaring; alleen wijst

De Psychologie der Kleutertaal. 8