is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheurspelletjes, vermaakt hij zich met het stukwerpen van kopjes en schoteltjes en komt moeder bij hem met de boodschap, dat ze „boos" is, dan kan hem dat lekker niks schelen: hij houdt de gesproken woorden voor 'n onvermijdelijk begeleidingsverschijnsel van z'n aangenaamste bezigheid, en als hij zich 'n volgende maal opnieuw vermaakt met denzelfden handenarbeid, akkompagneert hij zich zelf wellicht met: Moeder boos, moeder boos! wat eenvoudig beteekent: Ik amuseer me kostelijk. Dat moeder eigenlijk heel wat anders te vertellen had, zal hij wellicht eerst eenigszins gaan bevroeden, als hij bij dergelijke gelegenheden eens voor de broek gehad heeft. Verschillende andere voorbeelden vindt men bij Van Ginneken, o. a. dit: Keesje's moeder had wel 'ns gevraagd, als Keesje zich onwillig toonde, wanneer iets van hem verlangd werd: „Waarom niet?" Zijne Majesteit had het onthouden, en als hij het in 't vervolg weer eens niet in de muts had, te doen wat hij moest doen, dan protesteerde hij met: Waarom niet? of, in groote-menschentaal: „Kun je begrijpen, loop naar de maan!"

Toch zou moeder niet verstandig doen, als ze zich over dit verdraaien en subjektiveeren van haar woorden nu eerst écht boos maakte. Want eigenlijk is de dreumes toch nog 'n beklagenswaardig wezentje, beklagenswaardig nl. om z'n eenzaamheid. De mensch is 'n gezellig wezen: juist het verkeer, de omgang met z'n medemenschen is 'n onuitputtelijke bron van echt menschelijke vreugd voor hem. Vooral in het gesprek bloeit die gezelligheid op als 'n kleurige geurige bloem; in het gesprek komt tot stand het zielekontakt, waardoor leven in leven vloeit, heen en terug, van den een in den ander; het gesprek, „de wederkeerige ritmische wisseling van toespreken en verstaan", maakt van twee zielen slechts één ziel. Maar voor het tweejarige kind is het gesprek nog 'n diep geheim; de dreumes weet niets van dat samenleven en samenvoelen en samendenken, van dat „rijzen en dalen van twee zielen samen in 'n schommelschuitje, waarbij elk om beurten de stuwkracht geeft. Kleine kinderen zijn gedwongen kluizenaars: ze leven voor zich zelf, volledig afgescheiden van de wereld daarbuiten. Wel hebben ze