is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK. DE ONTDEKKING VAN DEN TIJD.

We moeten thans over het werkwoord gaan spreken met z'n wijzen, z'n tijden, z'n personen en z'n getal; met z'n verwarrende massa van vormen, die aan het 2 a 3-jarige kind zeer zware eischen stellen. De tijden zijn, van psychologisch standpunt beschouwd, het gewichtigst en interessantst, daar ze ons 'n blik gunnen in het zoo omstreden tijd-probleem; vandaar het opschrift van dit hoofdstuk. Bovendien is de studie van het werkwoord bij uitstek geschikt om te doen zien, welke gewichtige rol de analogie speelt in het aanleeren en gebruiken der taal.

Vroeger reeds zagen we, dat de kleuter zich in z'n tweede jaar bedient van twee modi: den infinitief, d.i. de vorm waarin het kind voor het eerst met de werkwoorden kennis maakt, en den imperatief. Kort daarop verscheen ook de indikatief, die 'n konstateerend karakter droeg, terwijl de infinitief dienst deed om 'n vagen wensch of verwachting, de imperatief om 'n bevel uit te drukken. Op tweejarigen leeftijd kent het kind dus feitelijk reeds alle modi, want de aanvoegende wijs is 'n schoolsche vorm, die in de gesproken taal niet voorkomt en waarmee dan ook pas op de schoolbanken wordt kennis gemaakt. In het Duitsch komt de konjunktief wèl voor: Stern zegt, dat hij daar voor het eerst optreedt in het vijfde levensjaar.

Al in het begin van het derde jaar gaan de modi zich differentiëeren. De imperatief splitst zich in drieën: de kommandeerende: kom hier! eet toch! geef hier! laat staan!; de bedelende of uitnoodigende: kom eens hier, vogeltje; de aandringende: ga nou niet naar boven, doe dat nou niet, nee loop nou niet weg. De verschillende nuanceeringen worden, behalve door den toon, uitgedrukt door modale bijwoorden. Dat het volitioneele nog sterk overheerscht, blijkt ook uit het voortdurend gebruiken van enkele modale hulpwerkwoorden, als: mag, wil, moet, kan, hoef, laat, die al dan niet met 'n infinitief gekombineerd worden.

Van den indikatief of aantoonende wijs komen langen tijd alleen praesensvormen voor, aanvankelijk alleen die van den