is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder twijfel ook hier haar werk doet. Zoo gebruikte Keesje in den beginne steeds de deelwoorden: ebakt, erijd, eroept, evald, eloopt, eword. Hoe kwam hij aan dien konstanten ^-uitgang, dien hij bij déze woorden natuurlijk nooit van moeder gehoord had? Door analogie! Daar zat in z'n hoofdje 'n schema van drieledige woordjes: eerst 'n kort stukje, achteraan t en daartusschen in 'n telkens wisselend gedeelte. Toen er dat schema eenmaal was — 't kwam er natuurlijk door 't hooren van vele soortgelijke — was Keesje klaar; hij paste het toe op alle werkwoorden, die hij wenschte te gebruiken, zonder er zich om te bekommeren, dat ze niet allemaal „zwak" waren, 't Is waar, hij kende ook wel „sterke" deelwoorden, als: meeenomen, innestoken, evonden, egeten en vele andere; ook die had hij immers vaak genoeg gehoord. En dat ook daarvan 'n schemaatje in z'n hoofdje zat, was lastig genoeg: nu eens werd hij naar rechts, dan weer naar links geslingerd, en 't was meer geluk dan wijsheid als hij goed terecht kwam. Zoo zei hij in dezelfde maand: geword en geworren, opgegeten en opgegeet, meegebrongen en meegebreng. Door goed hooren en veel oefening moet dat allemaal in orde komen, maar 't duurt nog heel lang. De voorsilbe ge is veel gemakkelijker, want die is konstant. Aanvankelijk liet Keesje ze eenvoudig maar weg: dronken voor gedronken, kregen voor gekregen, slapen voor geslapen, broken voor gebroken. Toen werd het e: ebakt, egeefd, enz. En op 21/,2jarigen leeftijd was hij al volleerd: van énkele werkwoorden had hij nu héél zéker gehóórd, dat het ge moest zijn, dus moest het zoo ook bij de andere, ook bij die, die hij nog niet kende of die hij zich tenminste niet meer herinneren kon. Ging het ook maar zoo vlot met de uitgangen en vooral met de klinkers van de deelwoorden! Daar is de verwarring echter zoo groot, dat het kind zich zelfs nog herhaaldelijk zal vergissen, als het al op de lagere-schoolbanken zit.

Nu meene men niet, dat het analogie-proces in deze en andere gevallen den kleuter bewust wordt. Evenmin als den volwassene trouwens. Als dus 'n kind zegt gegeefd in plaats van gegeven, moet men zich niet voorstellen, dat hem bij het spreken van dat woord