is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of als doorsnee-waarden van 'n aantal waarnemings-data. Het is niet doenlijk, juist aan te geven, welke afwijking van het gemiddelde wèl en welke nog niét tot het abnormale moet worden gerekend.

De ontwikkeling verloopt niet in 'n vaste maat, wèl naar 'n zeker ritme. Dat ze geleidelijk voortschrijdt en dus geen sprongen maakt, is 'n bewering, die niet al te absoluut mag worden opgevat. Schenkt men z'n blijvende aandacht aan deze of gene bepaalde functie, dan zal blijken dat de ontwikkeling daarvan 'n stage wisseling is van vlugger en langzamer. De verschillen kunnen zóó groot zijn, dat de waarnemer zich over 'n plotseling bijna volledig stilstaan gaat verontrusten, om eenigen tijd later met de grootste verbazing de schijnbare rust in 'n soort van stormloop te zien overgaan. Deze wisseling van stagnatie en expansie valt vooral in de eerste jaren duidelijk te konstateeren, o. a. bij het leeren spreken en loopen, bij de ontwikkeling van het verstaan, het spelen, de gemoedsbewegingen. Tot stilstand komt de groei eigenlijk nooit; de fasen van rust zijn tijden van krachten-concentratie, van voorraads-verzameling, van innerlijke verwerking, waardoor ten slotte de spanningsdruk zóó groot wordt, dat 'n verbazingwekkende ontplooiings- en ontladingswerkzaamheid naar buiten het noodzakelijk gevolg is. De opvoeder make zich dus niet te spoedig zorgen, maar wachte rustig af.

Niet alleen voor afzonderlijke eigenschappen, het spreken bijvoorbeeld, geldt dit snel-en-langzaam, maar evenzeer voor de ontwikkeling totaliter. Er zijn tijden, dat het kind over de heele linie weinig actie toont, stil, afgetrokken, weinig expansief is, en slechts geringe vorderingen maakt; er zijn andere periodes van al-zijdig energiek vooruit-dringen, van krachtige activiteit, van rijke winst aan geestesschatten en lichamelijke vaardigheden.

Het ontwikkelings-ritme is ook niet bij alle kinderen hetzelfde; wat de individuen betreft, kunnen we verschillende typen onderscheiden. Bij sommigen valt in de eerste jaren 'n tamelijk constante vooruitgang op te merken; bij dezen is het regelmatige meestal tevens karakteristiek voor het volgend leven: zulke kinderen bezorgen ons noch verrassingen, noch teleurstellingen. Anderen schrijden reeds