is toegevoegd aan uw favorieten.

Vraagt het Vlaamsche volk een Vlaamsche Universiteit?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dat geldt niet alleen voor wat de taalkundige kenteekens van een volksstam betreft, maar ook voor wat zijn lichamelijke kenmerken aangaat. De ethnografen hebben trouwens de eerste soort van kenteekens, de taalkundige, laten varen. Zooveel te meer prijs hechten zij aan de tweede soort. Kan een volk van taal veranderen, zoo zeggen zij, zijn anatomische en physiologische eigenschappen zijn onuitwischbaar. Nutteloos is het de grondverschillen aan te duiden die zij tusschen de negers, de blanken en de roodhuiden opgemerkt hebben. Belangrijker is het aan het onderscheid te herinneren die zij onder de europeesche volkeren aanstippen : groote gestalte, blonde haren, blauwe oogen. langvormigen schedel voor de Germanen bij voorbeeld; kleinere gestalte, donkere oogen, haren en huid, breedvonnigen schedel voor de Kelten en de Latijnen. Dat waren nagenoeg de kenteekens die men, over eene halve eeuw als onderscheiding der bijzonderste west europeesche volksstammen opsomde Maai sinds lang is "die theorie omvergeworpen. Geen ernstig geschiedschrijver waagt het nog. zonder glimlachen, over lichamelijke verschillen tusschen Kelten en Germanen uit te weiden, sedert dat men opgemerkt heeft, dat Gesar daaromtrent dezelfde beschrijving geeft van het uitzicht der Kelten als Tacüus van dit der Germanen (J).

Ondertusschen hebben de ethnografen zooals de Quatrefages, Deniker, Topinard, Ammon, Lapouge, Muffang, Ripley, de historische gegevens van Cesar en Tacitus en andere soortgelijken, zoowel als de huidige taalkundige kenteekens uit de Volkerkunde verbannen. Zij zijn met een nieuwe methode voor den dag gekomen: van de zoologie uitgaande, willen zij de menschenrassen uitsluitelijk verdeelen volgens de verhoudingen van het geraamte. Zij meten eu hermeten de lengte en de breedte van den schedel (index céphalique), der geraamten die in de prehistorische grafsteden ontdekt worden, vergelijken die afmetingen met deze welke zij op de huidige bevolking waarnemen, maken statistieken en leiden er allerhande gevolgtrekkingen uit af, die alles zijn behalve overeenstemmend. Zij schijnen nogtans lot deze gemeenzame conclusie gekomen te zijn, dat de bewoners van midden-Frankrijk, geheel Zwitserland, Noord-Italie, Beieren, Bohemen en Polen tot een zelfde ras behooren : men noeme dat ras nu Keltisch of alpinisch, 't is om het even (2). Zij stellen een zelfden typus daar, waarvan de meerderheid brachycephaal is (korte schedel), middelmatig van gestalte, en een lichtbruine huid heeft enz.. (3) Dat is het laatste woord van de ethnografie (4) Ziet ge nu al de - stambewuste « rassenpolitiekers, die "up to day» willen zijn, Europa te vuur

(1) Zie Dattin. Manuel des études celtiques. Paris, Champion, 1905

(2j Daarover zijn de ethnografen immers niet t'akkoord. Zie N. Colajanni: Latms et AngloSaxons. Traduction de J. Dubois, Paris, Alcan.,19C5 pp. 25 et suiv.

(3) Over de kleur van de huid hebben zg echter op de prehistorische geraamten gec-n zekere waarnemingen kunnen maken !!

(4) Zie hiersver Jean Finot. Lepréjugé des Races. Paris, Alcan 1905.