is toegevoegd aan uw favorieten.

De Kaukasische Bond en de neutraliseering der koloniën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtpunt in de donkere teekening is, dat inboorlingen het onder de nieuwe meesters iet» minder treurig hadden dan onder hnn eigen inlandsche vorsten(l).

Om mij tot Nederlandsche kolonisatie in Oost-Indië te bepalen, gelukkig kan ik er op wijzen, dat het Nederlandsche volk, en nu in breeder lagen, is gaan inzien, wat het den inboorling schuldig is. Ongeveer eene eeuw heeft het geduurd, eer de goede weg was gevonden, ingeslagen en gehouden, nadat de Oost-Indische Compagnie had opgehouden te bestaan en veel droefheid en verbittering was er bij den 'inlander, omdat onrecht geschiedde. Wel had Dirk van Hogendorp met forsche lijnen het plan geteekend tot vrijmaking der inlanders in modernen zin, bij den aanvang van de negentiende eeuw, maar eerst moest nog gewerkt tot het maken van handelswinst: onder Van den Bosch' cultuurstelsel moest de Javaan lijden tot stijving van de tinanciën van het moederland; in de Buitenbezittingen werd weinig of niets ten bate der inlanders gedaan; tuchtigingsexpedities handhaafden, waar dit noodig bleek, het Nederlandsch gezag en met Engeland werden tractaten gesloten, waarbij het voordeel nietuitsluitendaanNederlandschen kant was (2). Dan volgde de miljoenen verslindende Atjehoorlog, die pas in 1904 tot een bevredigend einde kon komen, nadat Professor Dr. C. Snouck Iiurgronje de Regeering over den aard van de Atjehers had ingelicht(3) en Generaal J. B. van Heutz een doelmatig plan tot onderwerping van Atjeh had uitgewerkt^). Van 1898 af is het, dat in Nederlandsch-Indië de nieuwe koers gevolgd wordt, dat de vorsten en vorstjes niet langer leven op kosten hunner onderdanen, dat de inboorlingen genieten van de werken des vredes, dat Nederland

(1) De Preanger bewoners waardeerden het, dat zij een menschwaardig bestaan en het rustig bezit van het gezin hadden en de tijdvoorbij was, dat «de Preanger en de landen van Galoe door de Bantammers en Matarammers gedrukt wierden, zoodat men de vrouwen niet zeker had, die men altoos moest in de wildernissen verborgen houden ». Men denke slechts aan het gedrag der Sultans van Mataram in de zeventiende eeuw!

(2) Herinnerd zij aan de Londensche Conventie van 13 Aug. 1814 en deadditioneele artikelen ervan, het Londensch Tractaat van 17 Maart 1824 met de begeleidende nota, en het Sumatra-Tractaat van 2 Nov 1871.

(3) Prof. Dr. c. Snouck Hurgronje, De Atjehers. Batavia-Leiden. 1893-1894.

(4, J. B. van Heutz, De onderwerping van Atjeh, 's Gravenhage-Batavia, 1893