is toegevoegd aan uw favorieten.

De Kaukasische Bond en de neutraliseering der koloniën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt, wellicht uog heden van belang voor lauden, waar jaarlijks zeer velen aan slangenbeet sterven (1); hij zal zien, dat, evenals elders, geloofd werd in genezing door tooverkunst (2) en dat men meende den kinderen het tandenkrijgen te vergemakkelijken door hen een snoer gedroogde kevers te doen dragen(3); boe aderlating ter zijde der oogen geschiedde (4) en hoe de zegen der inenting onder het Hollandsch bestuur ook den inboorlingen gewerd (5). Dan, dat buitengewone dikte ten gevolge van eene melkkuur, als teeken van rijkdom gold (*>). Voorts dat de steatopygie, reeds voorkomend op oud-Egyptische afbeeldingen bij vrouwen van niet Egyptischen oorsprong, in ZuidAfrika veel gevonden wordt O). Maar het meest opvallend is het, ik meen alléén bij enkele Zuid-Afrikaansche volken voorkomend gebruik, de kunstmatige monorchie, een procédé waarvan de tijd van verdwijning nauwkeurig kau worden bepaald volgens de door mij gevonden gegevens (8). De kunsthistoricus vindt van zijne gading, waar sprake is van kleeding, wapens, danseu, versieringsmotieven, ivoorbewerking, bouw van hutten, muziekinstrumenten en melodieën, en van het improviseeren over wat den inboorlingen plotseling belangrijk toeschijnt (9).

De jurist zal over koningsmacht, rechtspraak, erfrecht, internationale gebruiken bij oorlogsverklaring, lijfeigenschap, huwelijken bruidschat gehandeld vinden (10). Voor den historicus is er belangwekkends in de onderlinge verhouding van stammen en rassen der inboorlingen, ook die van Nederlanders tot inboorlingen, het langzaam uitsterven van stammen door oorlog en epidemieën, de volksverhui-

(1)il 117.

(2) I. 18. II. 122, 123.

(3) 1) 24ö.

(4) II. 133.

(5) II 263.

(6) II. 86.

(7) Zie plaat 5 in deel I en plaat 4 in deel II.

(8) II. 98-100.

9) I. 5, 6, 31, 39, 42, 44, 54, 56-58, 71, 94, 95, 97, 100, 126. 131-133, 157, 176. II. 5, 20, 21, 51-58, 67, 76, 77, 89, 102, 108, 113, 117, 120, 121, 123-125, 127, 131, 164, 172, 176, 183, 185, 197, 200, 202, 209, 210, 213, 214, 216, 225, 229, 231, 233, 240, 241, 243, 249.

(10) Passim bij de bespreking der stammen; II. 57, 80, 82, 85, 93, 102, 118,149, 205, 210,212,216, 230,244.