is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuiven van z'n stoel bij 'n omruk van z'n lichaam langs de effe stilte en het waren vreemd-wreede geluiden, die kort maar scherp zich losten en weer ondergingen in de stoorlooze rust.

Ingespannen, geheel z'n denken bepalend bij z'n gecijfer, werkte Leyter, totdat op eens de zorgen z'n gedachten weer vermeesterden en 'n weeë angst in hem zwol. Verbitterd smeet hij de pen neer, wierp zich achterover in z'n stoel, de armen gekruisd, 't hoofd peinzens-zwaar rustend op z'n borst.

Nee, nee, 'tging niet langer zoo; de toestand was onhoudbaar ... Hoe de anderen het bolwerkten was hem 'n raadsel, maar hij voorzag maar al te duidelijk: zoo voortwerkend ging-ie naar den bliksem. Er moest verandering komen... Ook lichamelijk was hij tegen die malaise niet bestand. Dat jaar-in-jaar-uit werken met verlies, dan veel dan weinig, het knauwde z'n zenuwen... Liever ruimde hij den heelen rommel dan maar op, al zou hem dat ook schatten kosten... In Godsnaam... beter dan ten heele gedwaald...

De nu al jaren durende achteruitgang van het brandersbedrijf — door het toenemend gebruik van spiritus bij de jenever fabricatie, waarvoor vroeger uitsluitend moutwijn werd gedistilleerd, het verdringen der Schiedamsche gist van de buitenlandsche markt door Belgische en Engelsche gist, de achterlijke en fatale Nederlandsche wetgeving op het gedistilleerd — werkte fnuikend op heel het leven van de jenever-stad, die 'n periode van grooten bloei en weelde heeft gekend. Maar de dagen, dat het bezit van 'n branderij het bezit van 'n klein kapitaal en 'n aanzienlijk inkomen beteekende en 'n ieder derhalve, die over 'n beetje middelen beschikte en genoegzaam vertrouwen bezat om met hypotheek en crediet op gang te kunnen worden geholpen, brander werd — de slager, de kleermaker, de boekverkooper, de koster — waren reeds lang voorbij en bijna allen, die naast hun eerzaam beroep ook branderden, zonder eenig begrip of verstand van het bedrijf, alles overlatende aan zaakwaarnemer en meesterknecht, meer of minder eerlijke menschen van louter practische ervaring, maar missend even-