is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeg, werden doelloos de hooge slanke windmolens, die, de een na den ander, verdwenen.

Als talrijke torens, rank en van 'n sierlijke zwaailijn, door 'n breede balie omkraagd en met het machtig kruisgebaar der wiek-armen, die snuifelend zwierden door het lucht-hooge, hadden die molens, in 'n kring rond Schiedam staande, geduchte bastions van 'n ommantelde stad gelijk, 'n eeuw lang gespied over de lage polders. Doch toen kwam de moordende concurrentie der stoommolens en daarna, moordender, de verlammende malaise, die de stoer-geheven wiekarmen deed zinken en ook de machines stop zette.

Alleen de kapitaal-krachtige branders 'en de weinigen, die het vak door en door verstonden, er uit wisten te halen, wat er uit te halen was, vermochten vol te houden. Met het stage verdwijnen der fortuinzoekers en der kleine collega's groeide voor hen de verwachting op verbetering van den algemeenen toestand. Bij tijd en wijle vleugden de zaken dan ook wel weer, werd er soms op-eens weer veel geld verdiend, totdat weer plotseling 'n fatale terugslag volgde. Zoo was er geen sprake van 'n gezonden toestand of zelfs maar 'n schijn van welvaart. Heel de stad lag onder den druk der hopelooze verkwijning, die alle energie verlamde. Wel werden plannen beraamd om door eendrachtige samenwerking te geraken tot verbetering, maar de uitvoering faalde steeds door den kleinzieligen, onderlingen concurrentiegeest, die, kortzichtig en trouweloos, zich niet hield aan ernstige afspraken en de plechtigste beloften brak.

Het was nu al weer heel wat jaren geleden, dat Herman Leyter zich warm gemaakt had voor 'n sterke brandersorganisatie. Het was geweest in z'n jonge jaren, kort na zijn huwelijk met Henriet Mencke, — 'n huwelijk, waarom heel wat te doen was geweest. Want de oude Leyter, stijve Schiedamsche patriciër, trotsch op z'n afkomst en op de voorname rol, die leden der familie Leyter wel anderhalve eeuw lang in de stad en zelfs daarbuiten gespeeld hadden — twee voorvaders waren er burgemeester geweest en 'n Jacob Leyter was als luitenant bij de Hollandsche genie in Rusland met de grande armée gebleven — die oude deftigaard