is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leyter voelde dit alles als 'n grievende miskenning, zag er in de slooping door het lot, dat knaagde aan het aanzien van de familie. Z'n broer Arnold had het nooit tot advocaat gebracht; hij was 'n vroolijke goedhartige student geweest, die meer schulden dan vorderingen in de rechtswetenschap had gemaakt. In starre volharding had de ouwe Leyter hem twaalf jaar lang, schoon met veel waarschuwingen en dreigementen, gelegenheid gegeven om den meesterstitel te bemachtigen. Z'n dood maakte 'n eind aan z'n geduld en aan z'n illusie. En vreemd, Arnold werd plots soliede, toen hij z'ns vaders erfdeel rijk was geworden, verdween uit Leiden en de verleiding, toog naar 'n uithoek van Brabant, kocht er hei en bosch. Al ontginnende maakte hij er kennis met 'n rijke notaris-weduwe, wat ouder dan hij, 'n goedhartige, zuidelijk-levenlustige vrouw en, met haar getrouwd, verbrabandste hij snel, sprak in het dialect van de streek, jaagde, reed en roste, werd het type van 'n ronden, eenigszins ruwen buitenheer. Hij had vier jongens, stoere kerels, waarvan er twee naar Canada waren getogen en daar 'n reusachtig boerenbedrijf uitoefenden, de oudste was priester, — de weduwe was katholiek en de kinderen waren het eveneens geworden, — de jongste studeerde aan de landbouwschool in Wageningen. Die tak was rijk. Arnold moest gelukkig geboerd hebben; hij had kortelings 'n kasteel gekocht, ergens in het achter-af land bij Helmond en wat ironisch spraken de Schiedamsche Leyters sinds van den kasteelheer en z'n vrouw, de vroolijke, goedlachsche tante Cor, noemden ze bij voorkeur spottend de chajelaine. Maar ze mochten dan heel rijk zijn, van de aristocratische voornaamheid der Leyters was er niet veel over en de enkele malen, dat Arnold met z'n vrouw over geweest waren, voelde de Schiedamsche familie zich lichtelijk gegeneerd. Allengs verzwakte ook het contact tusschen de broers; men schreef elkander nog met verjaardagen en zoo, maar van bezoeken over en weer kwam al minder. Herman en z'n vrouw zagen 'n beetje tegen de lange, bezwaarlijke reis op en 'n overkomst van de Brabanders naar Schiedam animeerden ze niet erg, omdat je eigenlijk niet wist wat je met zulke buitenmenschen moest aanvangen, vond Henriet.