is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar — had Herman Leyter wel 'ns in 'n opwelling van jaloezie gedacht — Arnold mocht dan aan distinctie verloren hebben, hij was tenminste in veilige haven, man van fortuin, terwijl hij zelf. . . ja, God wist wat het einde zou zijn nu de malaise bleef aanhouden. . . .

In de weeke oude-jaarsavond-stemming, in de gave eenzaamheids-stilte, die hem als omstolpte en afsloot van het rondom gebeurende, kiemden de herinneringen welig, hadden dra Leyters werk-aandacht overwoekerd. De pen lag nijdig neergesmeten in 'n hoek van het bureau, het hoofd op de borst gedrukt, staarde hij met leegen blik op de boek-bladen, die van 'n stralende witheid waren in den licht-val uit de studeerlamp.

Als droomgezichten, snel elkaar verdringend, maar in hun oogenblikkelijk verschijnen en verdwijnen 'n bestendigen indruk latend, rijden zich de gebeurtenissen uit z'n leven tot 'n weemoedig verhaal van deceptie en langzamen, voor den buitenstaander haast onmerkbaren, financieelen achteruitgang. En hij kwam tot de bittere erkenning: hij was niet geslaagd in het leven, God nee, hij was niet geslaagd, ondanks z'n talenten en z'n werken. Maar hoe had hij ook zoo dom, zoo star verblind kunnen zijn om z'n kracht te blijven geven aan 'n zaak, die hij twintig jaar geleden eigenlijk al verloren wist. Twintig jaar .. ze leken verdroomd, verloren in besluiteloos wikken en wegen, in 'n hopen en wachten op 'n gunstigen keer.. En z'n zwakke pogingen nu en dan om de collega's wakker te schudden.. nuttelooze verspilling van energie waren 't geweest zonder eenig resultaat... En ook dat had hij kunnen voorzien na z'n eerste desillusie, toen hij den geest onder de branders had leeren kennen, geest van bekrompen wangunst, van gehechtheid aan waardelooze traditie en sleur. Was hij er ten slotte niet zelf door mee getrokken? Nu nog zat hij met den rompslomp van kleine fabriekjes uit z'n grootvaders tijd, hij zoo goed als de anderen, terwijl overal elders het groot-bedrijf was opgekomen en bloeide. Maar o, als deze illusie nog 'ns te verwezenlijken was: al z'n kleine branderijtjes samen te smelten tot eene groote fabriek, overeenkomstig