is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zorgen misschien, dat was wel zeker en God wist wat hun boven het hoofd hing. Het laatste halfjaar, toen de eene brander na den anderen gefailleerd was, iedereen klaagde, had hij 'n gelijke ramp aldoor om zich gevoeld. . 't Bleek gelukkig, dat hij zich onnoodig bezorgd had gemaakt, maar toch, alles was nog niet in het reine, nóg leefden ze onder 'n druk, zelfs nu het weer iets beter scheen te gaan met de branderijen. . Misschien was er iets tusschen Meerhold en Suus. . Meerhold was opvallend lang weggebleven, hij was nu wel in geen acht dagen aan huis geweest. Was 't uit tusschen die twee. . ?

Maar uit het gesprek werd Laurens niet wijzer.

„Jongen, wat 'n slecht weer toch alle dag," had Leyter geklaagd en staande bij de glazen deuren keek hij 't ochtendblad van den Nieuwen Rotterdammer vluchtig door. Mama was, na den gewonen morgenkus, dien Laurens haar op de wang had gedrukt, zwijgend begonnen brood te snijden. Het naargeestige grauwe van het buitene omdruilde de drie menschen aan de ontbijttafel; de stilte lag zwaar.

„In Engeland staken ze maar weer 'ns," vertelde eindelijk Leyter, de krant samenvouwend, ,,'t zit daar in de lucht." 't Klonk of z'n gedachten elders waren, of 't werktuigelijk werd gezegd.

Doch Laurens vatte het aan in behoefte de drukkende stilte te breken.

„We leven wat dat betreft nog al rustig in Schiedam," constateerde hij en mama, gereed met de boterhammen voor de meiden, als uit haar gepeins opgeschrikt, zei:

„Gunst ja, 'n zegen, dat de brandersknechts niet aan die dingen doen."

„Wel zeker, dat moest er nog bij komen, dat het volk hier ging staken, dan werd 't heelemaal 'n goeie boel." Alsof het dreigde, verbarschte Leyter's stem.

„Nou, 'tzou toch best kunnen," ging Laurens nochtans door, „want de toestanden zijn hier toch eigenlijk maar slecht. Als je nagaat: nachtarbeid, laag loon betrekkelijk, lange werktijd en dan die donkere, stinkende branderijen, waar ze 't grootste deel van de vier-en-twintig uren in zijn... 'n Beroerd bestaan hebben die menschen."