is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet. .. Nog sprak hij over den ouwen Meerhold als van dat mispunt, dat être, dien ploert. En al verdedigde Herman en zij den zoon, hij weigerde te gelooven... vreemde stijfhoofdigheid . . . Alles wat Meerhold heette deugde niet... Hoe dat gaan zou, wanneer Henri voor 't eerst hier aan

huis kwam ... ?

Henriet, zittend tegenover haar vader, voelde wel heel sterk 't gewichtige, pijnlijke misschien van dat gebeuren, want, wist ze bij ondervinding, vader stak z'n antipathieën niet onder stoelen of banken. Maar och, 't zou mischien nog wel meevallen tenslotte. Henri moest wel 'n goeden indruk maken ... waarom op haar vader niet, terwijl op n ieder ander... gekheid hoor... En trouwens, in ieder geval, je kon daar geen rekening mee houën ...

Echter, het aanloopje voor de mededeeling vond mevrouw Leyter niet zoo gemakkelijk... ze moest zoo vaag blijven. . . en daarom wachtte ze maar tot vader als gewoonlijk zou vragen of thuis alles goed en of er geen nieuws was in de stad. Doch die vraag kwam ditmaal niet. Meer dan ooit leek z'n geest afwezig en toen Henriet over Meerhold beginnen wou — iets erg algemeens, dat-ie nog al dikwijls bij haar aan huis kwam of zoo, de rest volgde dan vanzelf — verschoof het binnenkomen van juffrouw Schaafsma de gelegenheid. Ze bracht koffie, drie ouderwetsche, met goud versierde koppen, die ze keurig en voorzichtigjes droeg op 'n goud-besterreld, zwart-gelakt blaadje. _

„Ik hoorde, dat u er was, mevrouw," zei ze innemend en"haar tanig, klein gezichtje glimlachte goedig als blij over haar inval om mevrouw Leyter koffie te brengen. Ze bood ze haar met zekere gratie, zette 'n kop neer voor den ouden man, ging zelf bescheiden-achteraf met het derde kopje op 'n punt van haar stoel zitten.

Doch in-een-gedoken, zonder te danken en als had hij niets gemerkt, bleef Mencke voor zich uitstaren, terwijl intusschen de beide vrouwen 'n gesprekje begonnen over huiselijke dingen met korte vragen en antwoorden. Z n vingers plukten al nerveuzer aan het laken van z n broek.

„Drink u niet 'ns van uw koffie, meneer, ze wordt anders zoo koud ?" animeerde de juffiouw-van-gezelschap vriendelijk.