is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schaafsma te polsen, of die er mogelijk iets meer van wist. Ze vond haar bezig de koffietafel te dekken en begon met iets als zoetsappig-minzame deelneming:

„Vader is vandaag niet erg best te spreken, vind u wel?"

De huishoudster ging naar de deur, sloot die voorzichtig en uit dezelfde voorzichtigheid dempte ze haar stem.

„Och, och mevrouw," zuchtte ze hoofdschuddend met 'n droevigen trek in haar smal gezichtje en 'n even huilerig beven van haar mond, „ik weet wezenlijk soms niet, hoe ik 't meneer naar den zin moet maken, 't Is toch zoo onplezierig. .

Kleintjes-verschrompeld, 'n uitgedorde vrouw, maar met in de gelaatslijnen de herinnering aan 'n knap-voornaam uiterlijk in jonge jaren, stond juffrouw Schaafsma deemoedig voor de kloek-mevrouwelijke, nog frisch-gezonde Henriet Leyter. Haar magere handen, perkamentig-dor, met de grillige slingerlijnen der bleek-blauwe aderen, vouwden zich krampachtig te zamen, de vingers nepen elkander met soms 'n droog geknak. Doch het lang opgekropte, geduldig-verdragen en verborgen leed, dat nu zich tot uiten dwong, zichtbaar werd in gansch die kleine, als in harde dienstbaarheid gesloopte gestalte, trof Henriet slechts als in lichte, snel voorbijgaande beroering. Haar eigen zorgen stompten deelneming in anderer lot af en alsof ze haars vaders moeilijk karakter licht telde en z'n ongedurig en ontevreden gemopper iets was, waarvan de huishoudster geen notitie behoefde te nemen, zei ze beminnelijk uit de hoogte: kom, kom, juffrouw Schaafsma moest dat zoo zwaar niet nemen. . vader meende het zoo kwaad niet. . Ze moest maar wat door de vingers zien. . de ouwe dag nietwaar ? ouwe menschen werden immers als kleine kinderen, vol nukken en grillen. . . Ze moest in 's hemelsnaam maar wat weten te geven en te nemen. . .

Doch moedeloos schudde de huishoudster het hoofd. Zij wilde het maar eerlijk zeggen, ze kreeg den indruk, — meneer liet het haar de laatste dagen telkens voelen — dat ze niet voldeed . . Telkens en telkens kreeg ze aanmerkingen over allerlei gezochte kleinigheden. . . ze kon

I. 6