is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de firma was ingebrand: twee gekruiste olijftakken.

In het bevende, rosse licht der gasvlammen, wapperend met hun vuurvleugels in den tocht, die het buitene kelderkil in de ruimte ademde, stonden de knechts de vierkante flesschen vlug en zorgvuldig in de kisten te pakken, mooie, zwarte flesschen met zilverig capsule-geglans aan den kop. En zooals ze in lange gelederen op den grond waren gereed g^zet, leken ze 'n troep gedrochtelijke, kleine krijgertjes, maar vinnig sterk, hun gehelmde hoofdjes parmantig omhoog op de stevig-vierkante schouders en, voor hun stoerbreede borst, het kleurige etiquet, dat was, als droegen ze 'n lankwerpig schild, beschilderd met het blazoen van hun heer. En niet te dunnen leek dat helsche legertje, want altijd schoof de drom naar voren op, werden de open gekomen plaatsen gevuld door precies dezelfde zwarte monstertjes, die werden aangevoerd uit de eigelijke distilleerderij.

Meerhold bleef 'n oogenblik zwijgend toekijken naar het suf-geregelde, futlooze gewerk, liep toen door naar achteren langs rijen van tonnen en fustjes, waar uit de frissche, scherpe geur van jenever dreef, enkele met z'n stok betikkend om de leege van de volle te onderkennen. Door 'n poortachtige opening kwam hij in de jenever-stokerij, met de hooge ketels en distilleertoestellen.

De baas, hem bemerkend, kwam onmiddellijk naar hem toe, doch de andere werkers, alleen als zij hem voorbij moesten, hadden even gegroet, stug, met 'n snellen tik aan de petten.

„Hoe schiet het op?" vroeg Meerhold den baas.

„'t Zal laat worden, meneer," zei die bedenkelijk.

„Dan maar laat. . maar klaar komen moeten we."

„Ja-ja, natuurlijk, dat spreekt van zelf. . Maar. . e. . wat ik u zeggen wou, die moutwijn, dien we vanmiddag ingegeslagen hebben, is niet te best."

„Nou, dan accepteer ik 'm natuurlijk niet. Je heb 'm toch zeker nog niet gestort wel ?"

„Nee, ik wou 'm u eerst laten keuren."

„Van wie is ie?"

„Van Leyter."