is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwijgend en met 'n glimlach van geluk beschouwde Meerhold haar spel. In deze oogenblikken van kalmeerende rust hervond hij de extatische blijdschap, waarin zich het besef van z'n triumf uitvierde; 'n huiver van genot doorvoer hem, wanneer hij zacht, subtiel-aanvoelend de zijige, room-blanke huid, z'n vingers langs de vleezige ronding van Suze's onderarm liet glijden. Het verlangen naar intiem-alleen-zijn joeg soms driftig in hem aan en, op 'n gunstig moment, had hij haar naar zich toegetrokken en 'n langen kus in den hals gegeven. . . En het, schoon bijna onmerkbare, tegenstreven van Suze had hem toen wel 'n oogenblik verdroten. . Hij verlangde overigens sterk naar het einde van dezen dag; 't was hem of al dit officieele gedoe zich gedrongen had tusschen Suus en hem. Hij was tevreden, zeker, maar het duurde te lang. Ook tegen het huiselijk dineetje van aanstonds zag hij op, nu Mr. Tubbalder Leyter met vrouw en dochter en 'n neef, Georg Mencke uit Dort, allemaal menschen, die hij niet kende, genoodigd waren. . Er zou dan natuurlijk ook gespeecht worden en hij zou, beroerd genoeg, eveneens 'n enkel woordje dienen te zeggen. . 't was z'n fort niet. . maar och wat, hij sloeg er zich wel doorheen.,. 'n stevig glas wijn werkte bij hem als spraakwater gewoonlijk. .

Maar eerst, nadat er geruimen tijd niemand meer was gekomen — het liep dan ook dicht naar vieren, het officieele eindigingsuur van de receptie — stelde Leyter voor de zitting op te heffen; het was welletjes geweest, vond hij, 'n geeuw achter de hand vergapend. Hij was er waarachtig 'n beetje flauw van geworden van dat staan en stijf ook al.. 'n Borrel zou 'm opknappen. .

Hij schudde even z'n verstramde beenen, rekte zich onmerkbaar-weinig; ook Meerhold schoot uit de plooi, wreef zich de handen.

„Wel ja," stemde hij gretig in, „ik voel ook, dat ik 'n hartversterking noodig heb."

„Dat spreekt, nou er zooveel van je hart gevergd wordt," plaaglachte de brander.

„O, ik heb den moeilijksten tijd anders echter den rug,'*