is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ruim, suf-oogig 'n commies te controleeren, 'n sjofele, schunnig-verheerde man met 'n vettig bolhoedje, te ruim voor z'n smallen kop, op de ooren gezakt en 'n vaal demietje, met te korte mouwen, flodderig om het skelet-hoekige lijf. Z'n tering-witte hand streek voortdurend nadenkelijk over het rossige baardje, dat z'n schriele hoofd geitachtig verlengde, zocht dan na 'n tijdje, met peuterende vingers, in het vestzakje naar z'n cylinder-horloge, dat hij, met vertoon voor den dag gehaald, lang bestudeerde als in verbazing over den tragen gang van de wijzers.

Meerhold had het reeds eenige malen opgemerkt en 'n spotlach kittelde z'n mondhoeken. Hij begreep: de commies verlangde naar z'n koffie, de hongerige bliksem. Eigenlijk was dat 'n gekke goeiigheid van 'm, de commiezen op koffie te fuiven. De kerels rekenden er merkbaar op, kwamen voor den uitslag bij hem, steeds omen-om elf uur. Geen ander distillateur, geloofde hij, was zoo royaal, maar 't was bij hem nou eenmaal traditie geworden, 'n instelling van den ouwen heer nog. Tja, die wist wel wat-ie deed. Met zulke kleinigheden maakte je die beroerde dwarskijkers handelbaar, want als ze wilden konden ze je duivels negeren . . . Lamme kerels over het algemeen, brutale misbruikers van hun macht ... op enkele uitzonderingen na . . . En de rooie Schmiel, daar op den lichter, was 'n extra-mispunt, 'n beroerling, voor wien er heel wat bang waren, zoo aasde de vent op bekeuringen ... niets zag-ie door de vingers, altijd lag-ie op de loer . . . echte jakhals . . . Toch was 't maar 't verstandigste goeie vrinden met 'm te blijven, je had 'm te veel noodig . . . „God man, kijk je nou alweer op je horloge," spot-praatte Meerhold half-luid voor z'n raam, „je zal toch heusch nog 'n oogenblik geduld moeten hebben ... 't is nog lang geen half-twaalf."

Hij wendde zich met 'n korten omruk naar de groote regulateur-klok, die hing aan den wand boven z'n bureau.

Schoonpapa kwam laat, overwoog hij, terwijl hij zich loom in den wijden, met leder bekleeden armstoel neer zette en op-eens was er weer de vage, kwellende onrust, die hem 'n uur geleden overviel, toen Herman Leyter door de telefoon om