is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij er bij betrokken was . . . alleen zich maar niet gretig toonen ... dat diende nergens voor ... Toen draaide hij bij : „Ik kan u dit in ieder geval wel zeggen, in princiep voel ik wel iets voor uw plan ... het is zonder eenigen twijfel de toekomst... wanneer het brandersbedrijf tenminste nog 'n toekomst heeft..., en als ik eenigszins in de gelegenheid ben, dan kunt u op me rekenen ..."

„All right," zei Leyter. „Nou dan hoor ik wel van je. Sapperloot, 't is laat geworden, over twaalven . . adieu hoor. ."

Het afscheid was overhaast met 'n vluchtigen handdruk. Meerhold geleidde z'n schoonvader tot aan de kantoordeur, keerde toen terug. Hij merkte nu eerst de vreemd-plotse stilte in het uitgestrekte gebouw, 'n dommelige rust als van verlatenheid. Het doffe wagengerol beneden in de distilleerderij had opgehouden en ook het scherpe, jachtige gerikketik der schrijfmachines zweeg. In gedachten haalde hij z'n horloge voor den dag, controleerde de regulateurklok. 't Was bij half één waarachtig, hoog tijd om naar huis te gaan . .. 'n lange en gewichtige conferentie was 't geweest. . . Evenwel, hij liet zich op z'n bureau-stoel terugvallen, bleef'n oogenblik in roerloos gepeins. Hij was niet tevreden over zich zelf, hij had deze comedie verkeerd gespeeld; hij had z'n schoonvader moeten overdonderen, laten blijken, dat twintig mille inderdaad 'n peuleschil voor hem was. . . Hoe kwam-ie in-eens aan die krenterige bescheidenheid . . ? 't Plan van z'n schoonvader leek 'm overigens goed, maar 't moest nog grandioser aangepakt... in 'n paar jaar tijd moesten de kleine branderijtjes naar den bliksem... concurrentie zonder genade ... Veertig mille, Leyter viel hem mee .. Voorloopig had-ie gezegd .. ja van den ouwen Mencke was toch ook nog het een en ander te wachten . . . Met 'n ton bedrijfskapitaal, dan was er iets goeds te beginnen . . . royaal in 't geld zitten, dat was 'n hoofdvoorwaarde . .. Z'n schoonvader overdonderen .. . dat kon-ie nog . ..

Hij zat weer over z'n lessenaar gebogen en z'n potlood krabbelde haastig becijferingen.

Maar ook Leyter was niet heelemaal tevreden, schoon, bij kalmer overdenking, hij inzag, dat hij toch wezenlijk