is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met 'n spottend troostwoord als afscheid, Meerhold en Jacob behoorden tot de laatsten en ze verlieten Boekelhorst — de distillateur, met 'n joviaal klapje op z'n schouder, hem spoedig revanche belovend — terwijl hij, over het buffet geleund, zeurderig Sofietje om 'n cognacje bedelde als afzakkertje of tenminste om 'fi zoen, als troost in z'n zware beproevingen.

Buiten, in den fijntjes-kouden April-nacht, in de scherpe guurte, die de wind, als uit 'n hinderlaag van-achter den massalen steen-kolos van het beursgebouw plots op hen instormend, over hun lichamen smeet, toen ze kwamen op het plein-opene, rilde de koorts-heete opwinding uit Jacob weg en, of binnen-in hem iets in-een stortte, iets dat hem 'n veerkrachtige durf en uithoudingsvermogen had gegeven gedurende den ganschen, langen, zenuw-afmattenden avond, voelde hij 'n weeë leegte, 'n vreemde, vaag-beangstigende slapheid, welke hij zich niet best verklaren kon. De gedachte, dat hij tenminste nog n aardig winstje had overgehouden, — hoezeer hij ook trachtte zich hierover te verheugen als over 'n extra-buitenkansje — ze kon z'n ontstemming niet verdrijven. En nu, voor het eerst, voelde hij medelijden met Boekelhorst, voor wien het verlies van twee honderd gulden toch wel 'n leelijke klap moest beduiden; en even, scherp-duidelijk, ook berouw over z'n roekeloos, ondoordacht aanhitsen. Want wat voor Meerhold 'n bagatel was, voor de lui, met wie hij omging en die toch eigenlijk allemaal min of meer moeite hadden om het hoofd boven water te houden, was het 'n kapitaal. . . Nog begreep hij niet, hoe Boekelhorst op-eens zoo goed bij kas kwam. . . dat was nog nooit vertoond . . . Maar potdori, als hij zelf ze 'ns gewonnen had, die acht bankjes van vijf-en twintig, fantaseerde hij. . . voor 'n groot deel zou hij uit de nesten geweest zijn... Waarachtig hij kon z'n aanstaanden zwager, dien eeuwigen boffer, benijden. . .

Zoo, in nabetrachting, rillerig gedoken in z'n dunne demietje, stapte Jacob naast Meerhold voort, slechts uit beleefdheid met korte antwoorden het gesprek op gang houdend, dat de ander begonnen was. Ze waren echter nog niet bij de brug, waar ze afscheid van elkander zouden