is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer klaarblijkelijke bevoorkeuring van hem boven de naar vriendelijke lachjes hunkerende anderen, streelde ook niet weinig z'n ijdelheid, gaf hem 'n prettig besef van succes bij de vrouwen in het algemeen.

In het stille ochtenduur, zoo tusschen tien en elf, wanneer hij per fiets z'n rondgang van de branderijen deed, wipte hij vaak even café Neuf binnen. Er was dan zelden of nooit 'n bezoeker en in de holle leegte van de zaal verzweetten de prikkelende geuren van sigaren-damp en bier, die er in de vunze beslotenheid hadden overnacht. Huiverig-ongezellig met de rijen van leege tafeltjes en stoelen, naargeestig als van versmade gastvrijheid en, in het wreed-klare licht van den dag, ordinair door de drabbig geel-en-bruine wandbeschildering, diepte, tusschen de dan uit-een geschoven, vale gordijnen, de smalle ruimte tooneelachtig weg naar de verdofte praal van het buffet, waar meesttijds Sofietje aan 't redderen was.

Doch Jacobs binnentreden haalde haar uit de bedrijvigste doening en het praatje, over de schenk-bank begonnen, werd dra voortgezet tusschen het intiemer ommuurde van het achterkamertje.

Verdoken achter den hoogen rug en de zij-leuningen van de ouderwetsche canapé, met gehaakte antimacassers gesierd, als met vreemde, witte plakkaten tegen het verbruinend zwarte trijp, zaten ze dan 'n half uurtje ongestoord te minnekoozen, te twisten, te stoeien, te zoenen. Van de huisgenooten liet zich, kiesch, zelden iemand zien. Kellenaars, 's morgens buitenshuis, dreef z'n obscure zaakjes. Hij was vroeger brander geweest en toen 'n berucht en alles durvend smokkelaar van moutwijn. Hij sneed nog graag op over z'n heldendaden, de listen, waarmee hij de commiezen verschalkt had. Doch ten slotte hadden ze hem toch te pakken gekregen en, met 'n hooge boete en eindeloos chicaneeren, hem het brandersbedrijf onmogelijk gemaakt. Nu, in de vele uren, die z'n café hem vrij liet, scharrelde hij in alles, waar wat aan te verdienen viel: in bedorven granen en veevoer, in schuimsel, het afval uit de mouterijen en zulk soort rommel, waarmee hij altijd weg wist.

Ook moeder Kellenaars, flemerige vrouw, 'n uitgedorde