is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischenden vader. Nochtans luchtig het onheil trotseerend, met 'n joviale begroeting en op z'n gemak als iemand, die zich volkomen thuis voelt, liep hij door naar het buffet. En bij de nadering bemerkte hij tot z'n geruststelling al ras aan Kellenaars' landerig gezicht, z'n lusteloos hangen tegen den deurpost van het achterkamertje, dat hij alles eerder van hem kon verwachten dan vaderlijken toorn over z'n gedragingen ten opzichte van z'n dochter. Eer leek hij wat op te monteren door Jacobs verschijnen en, praat-graag, vertelde hij de reden van z'n huis-zitten nog vóór Jacob er naar had geinformeerd of z'n verwondering er over had doen blijken. Hij voelde zich lamlendig, of hij ziek zou worden. . . hij had de duvel gezien in heel den rommel; beroerd weer, beroerd in zaken; er was tegenwoordig geen cent te verdienen; zoo rot als den laatsten tijd, had-ie den toestand nog niet beleefd.. je kon je eigen wel dood werken maar niet rijk. . .

Op nijdigen mopper-toon grommelde hij z'n klachten, giftigde hij over z'n tegenspoeden, alsof Jacob het helpen kon. .. . Doch toen ze, beiden achter 'n kopje koffie, van Kellenaars' particuliere aangelegenheden geleidelijk kwamen te praten over de situatie van het brandersbedrijf in het algemeen, geraakte de ex-brander volkomen op dreef. Och, dat vak was nog zoo slecht niet, wanneer je er maar uit wist te halen wat er in zat, doceerde hij, fijntjes knip-oogend, en den jongen Leyter aankijkend om te zien, of deze z'n bedoeling reeds giste; en toen Jacob, zich van den domme houdend, zwijgend roeren bleef in z'n koffie, ging hij voorzichtig verder. Wat was eigenlijk de grootste strop voor den brander? De accijnswet niewaar? Dat was toch zoon gosgruwelijk-onrechtvaardige wet, als je maar verzinnen kon. Daarover waren ze 't trouwens in Schiedam allemaal roerend eens. Heel die wet op gedistilleerd leek naar niks, was alleen maar goed om de schatkist te spekken. Altijd en eeuwig kon 'n brander dokken. Had je ondermaat in je branderij, al kon je d'r geen bliksem aan doen, ze lieten je boete betalen, dat je groen en geel zag; liep er tijdens het vervoer 'n stuk moutwijn leeg door lekkage of wat dan ook, de arme brander moest opdraaien voor den accijns van het vermis; stal 'n knecht moutwijn uit 'n branderij,