is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de patroon vloog er in. Je kon 't zoo gek niet verzinnen, of de brander mocht betalen, altijd maar weer betalen. En was dat ook geen grof schandaal, dat je, als fabrikant niet eens baas was over je eigen fabrikaat, dat je niet eens 'n flesch moutwijn uit je branderij mocht halen voor je bitterje 's middags? En daarom, toen hij zelf nog stookte, was zijn standpunt geweest — en hij had het telkens, als-t-ie 'n proces wegens smokkelarij aan z'n broek had, ronduit gezegd — zoo'n onrechtvaardige wet hoeft 'n christenmensch niet te gehoorzamen. Dat was zijn standpunt en daartegen had nog nooit iemand wat weten in te brengen. . . tenminste geen deugdelijk argument. . . En nou had-ie wel 'ns bij z'n eigen gedacht, als-t-ie meneer Leyter zoo avond aan avond bezig zag met kaarten : dat was nou wel aardig maar, als 't om te verdienen was, — en om te verliezen speelde je nou eenmaal niet — dan zette dat dobbelen toch geen zooien aan den dijk, wat! Den eenen avond verdiende je 'ns 'n paar pop en den volgenden avond was je weer meer kwijt. . . O ja, zeker, hij wist het wel, de heeren speelden voor de aardigheid, maar toch hum. . . er waren er verschillenden, die op de centen gebrand waren. . . dat had-ie weerlichts goed in de gaten.

„Nou natuurlijk," gaf Jacob toe, eenigszins wrevelig gestemd door deze opmerking en het vermoeden, dat Kellenaars ook hem bedoelde, „natuurlijk. . . wie zit er niet graag ruim in z'n contanten, vooral als je jong ben. . . ? Dan kan je nog al wat aan, hè."

Ja juist, zeker, daar had-ie 'm te pakken, lachte Kellenaars, geld was goeie waar en hoe meer je er van had hoe beter. En daarom — z'n stem sloeg op-eens neer tot gedempt fluisteren — als meneer Leyter 'n heel klein beetje durf had, dan wist-ie 'n zaakje, waar 'n lieve duit aanzat. . . met n minimum risico, als je handig was tenminste.

„Zoo, deed Jacob onverschillig, hoezeer hij ook benieuwd was wat de caféhouder hem zou durven voorstellen.

„Wel, ' antwoordde deze, na 'n korte zwijgpoos, als om de nieuwsgierigheid van den ander te prikkelen, en z n zwarte kraal-oogjes glunderden slim tusschen de half-toegenepen leden, „wel, als ik de overmaat uit je