is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er ooit toe kwam, moest de ouwe heer d'r absoluut buiten blijven ... en dan in-eens 'n flinke slag, met eenige hectoliters te gelijk, want dat gescharrel met beetjes was het stomste en 't gevaarlijkste wat je kon doen ... En toch, hij zou al beroerd court d'argent moeten wezen, als-t-ie 't met Kellenaars aanlegde, die mocht dan nog zooveel routine hebben ... de vent was après tout niet te vertrouwen.

Hij kreeg weer heel sterk dien indruk, toen hij den caféhouder met de koffie aan zag komen, den purperigen drankkop grijnzend van innerlijk plezier.

„Heb ik je nooit 'ns verteld die andere geschiedenis, die ik met Kee heb gehad?" begon hij voorzichtig het blad op de tafel schuivend en Jacob proefde onmiddellijk de bedoeling om door krasse voorbeelden z'n belangstelling te winnen.

„Ik herinner me niet."

„Nou, indertijd had ik twee branderijen dicht bij mekaar, één in de Boterstraat, de bewuste, en één in de Heerenstraat. Als ik nou in de eene ondermaat had en ik was bang, dat ze zouen komen peilen, dan liet ik uit de andere 'n paar fusten met 'n goeien hectoliter moutwijn, zoodat je ze kon hanteeren alsof ze leeg waren, aanrukken en 't tekort was gedekt, niet? Nou, op 'n goeien dag zou 't stuk weer spelen. Ik had de knechts uit de Heerenstraat gezegd, dat ze, klokslag drie, vier fusten over moesten rollen naar de branderij in de Boterstraat; daar hadden ze 'n dikke vijf minuten voor noodig. Zie je, ik liet die soort dingen altijd precies op 'n bepaalden tijd gebeuren voor eigen gerustigheid. Want heelemaal op m'n gemak was ik nooit bij zoo'n groote operatie en meestal zat ik in m'n huis te loeren, hoe 't ging. Hoorde ik de Groote Klok drie slaan, dan wist ik: nou gaan ze op weg, om drie minuten over drieën komen ze de Boterstraat in. Waren ze weg gebleven, dan had ik geweten, dat ze gesnapt waren. . . tot je naricht, dat is nooit gebeurd. Maar op dien middag was ik er toch bijna bij geweest. Want juist, toen de klok drie sloeg en ik op de stoep stond om 'n oogje in 't zeil te houen. . . daar zie ik waarachtig twee commiezen aan komen, misschien 'n meter of tien van me af. . . Ik dacht, dat ik me 'n beroerte schrok. . .!"