is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van den beginne af was de omgang tusschen Laurens en Nathalie prettig-gemakkelijk geweest; anders toch dan hij gewend was met de vriendinnen van Emmy. Tegenover die mocht hij zich wel graag wat flirterigs, iets ondeugendplagends veroorlooven. — Hij had ook bijna met ieder van ze op de beurt 'n amouretje gehad, 'n kortstondig, sneldoorleefd verliefdheidje, met afspraakjes in den tuin van de officieren-societeit, of heimelijke wandelingen door de stille, ver buiten de stad gelegen lanen van den Diefhoek met, als hoogtepunt van zaligheid, 'n gestolen kus. Maar — en 't leek hem niet anders mogelijk — met Nathalie bleef, bij alle vriendschappelijke gemeenzaamheid, 'n zekere afstand bestaan, dien hij niet waagde te verkleinen door gecoquetteer of iets van dien aard. Hij was eigenlijk blij, dat hij tegenover haar nu 'ns geen last had van z'n verliefde natuur. . . ze gaf hem zoo'n rustige tevredenheid, haarvriendschap alleen.

II.

De Paasch-vacantie, die laat viel dat jaar, was 'n reeks van zomersche, warme, goud-en-blauwe dagen geworden. Of de lente haar achterstand wou inhalen na lang getreuzel — want tot Mei was het weer guur en regenachtig gebleven met slechts nu en dan, als sarrige beloften, 'n paar zonnige dagen; de kille regen-ellende, die daar dan weer aanstonds weken lang op volgde, werd er te hatelijker om — was de natuur vol-heerlijk ontbloeid in korten tijd onder de warme koestering der zon-doorschitterde lucht. Plots en onweerhoudbaar drong het ontwaakte leven uit de duistere aardbeslotenheid, brak open uit de rijp-gezwollen knoppen aan heesters en boomen.

In de lage, grazige polderweien, op de flanken der dijken, die rugden in zwaaiingen en krommingen op de diepe vlakten en droegen daar boven uit als veilig den blanken weg, fleurden de madeliefjes en boterbloemen, 'n fijne sterreling van wit en geel op sappig-groenen grond.

Maar de stad, de roet-besmeurde, vergoorde fabrieks-stad, stond grauw en somber-oud op uit de frissche, jonge groening der wijd-uitliggende, rondomme -weien en, als