is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goeie vrouw, maar ja, gunst, eigenlijk was daar ook alles mee gezegd ... Was daar de nachtuil niet... ?

Laurens hief z'n hoofd uit de kussens, spitste z'n luistering. Hij meende stappen te hebben gehoord, gerucht aan de voordeur, maar nee, hij had 't zich blijkbaar maar verbeeld, 't bleef stil... Beneden in de gang tinkelde echter, even later het speelwerk van de klok z'n wijsje met hortend bellegeklink-kink; toen sloegen twee slagen en herviel het huis in z'n slaap-zware rust.

In Laurens hoofd doften de slagen na . .. Twee uur ... twee uur... Zou hij dan den heelen nacht geen oog dicht doen ? vroeg hij zich angstig af... 't was, of hij aldoor klaarder wakker werd.

'n Klam zweet brak hem uit, adem-beklemmend joeg het bonzen van z'n hart. Hij wipte het bed uit, stak z'n kloppende polsen in de lampet-kan; het koude water omsloot verkwikkend z'n gloeierige handen, 'n huiver rilde langs z'n rug. Toen zich dwingend tot kalmte, strekte hij zich weer onder de losgewoelde dekens, duwde in de kussens z'n moeie hoofd.

Nu niet meer denken, besloot hij stellig... Waarom lag hij ook te piekeren over alles en nog wat... over Meerhold ... Jacob ? .. opgepast of hij begon weer ... Hij zou alleen denken aan Nathalie, haar lieve, zachte gezichtje voor z'n geest halen — dat kon niemand beletten, ook niet Harms — en dan, als altijd, in die stille, innige contemplatie wachten tot de slaap kwam.

En werkelijk, hij moest wel 'n tijdje gedommeld hebben, want vaag-ontsteld en verwonderd bemerkte hij op-eens, dat Jacob op de kamer was — van z'n binnenkomen in huis had hij niets gehoord blijkbaar.

Moeilijk de zware oogleden lichtend, zag Laurens hem zitten op den rand van z'n bed aan den overzijdschen vertrekwand, 'n donkere, in-een-gedoken gestalte, schimmig-zwart, weifel-lijnig in den armelijken zwakken schijn van het nachtlichtje. Hij zat er voorovergebogen, het hoofd in de gespreide handen, den hoed nog op, roerloos, schijnbaar als plots door slaap overmand. Maar Laurens hoorde hem benauwd hikken,