is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met z'n kinderen z'n uiterste wilsbeschikking. En den dag voor z'n dood, ried hij nog Herman met aandrang, 't kapitaaltje, dat hij naliet, toch vooral niet in die ellendige branderijen te steken, de verzinkput, waarin het grootste deel van het Schiedamsche kapitaal verdwenen was. En Leyter, met 'n zachten handdruk, beloofde.

Herman leefde dezen tijd wel eenigszins in spanning; nog altijd duchtte hij de mogelijkheid, dat z'n schoonvader in 'n helder oogenblik, uit 'n gril misschien wel, z'n effecten zou willen nazien en zoo was 't altijd met 'n zekere beklemming, dat hij de trap opging naar de ziekenkamer, wanneer hij geroepen werd. 't Gevoel van iets onrechtmachtigs gedaan te hebben, 'n kwellend schuldbesef, hij kon het niet overwinnen, hoe bespottelijk hij 't ook vond. 't Bekroop hem telkens weer, wanneer hij bij z'n schoonvader binnen kwam en de spanning bleef, zoolang hij bij hem vertoefde.

Het was 'n zwoele nacht in Juli, dat Laurens nog te werken zat in de broei-hitte van z'n studeerkamertje. In huis was reeds ieder te bed. Ze waren hem één voor één goeden nacht komen wenschen; z'n vader het laatst. En bezorgd had deze hem geraden, toch niet te veel van zich zelf te vergen en maar niet al te lang meer door te werken. Maar Laurens, met brandende oogen en versufte hersens, was door blijven cijferen en construeerde aan z'n meetkundige vraagstukken.

Als 'n langzaam-verzengenden gloed lei het gaslicht z'n straling om z'n kloppend hoofd en als 'n verfijnde kwelling zoemden 'n paar vliegen om hem heen, zetten zich krieuwelend op z'n verhit gezicht en z'n bezige handen. Doch, wetend van tijd noch uur, werkte Laurens, met folterende volharding zoekend naar de oplossing van 'n vraagstuk, al door nerveuser en moedeloozer. Toen gebeurde het, dat hij op-eens den klop van den knekel-vinger op de kamerdeur hoorde, ontstellend luid in de strakke stilte, 'n Heftige schrik schokte in hem op en, bevend over gansch z'n lichaam, zag hij de deur opengaan en in het grondelooze duister van de gang, waarmee de zwarte toga-gestalte als versmolt, schim-bleek den hoekigen asceten-kop van den broeder.