is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik zag hier licht nog ... en . . De zware stem klonk zacht, met iets plechtigs.

Laurens was öp uit z'n stoel, steunde zich aan de schrijftafel.

„Is grootvader...?" stamel-vroeg hij.

„Ik vrees, 't loopt af van nacht... als u uw ouders wilt waarschuwen."

„En de dokter?" vroeg Laurens.

De broeder maakt 'n beweging met z'n witte hand, afwerend.

„Hier baat toch geen hulp van menschen meer ... Maar de huisgenooten, ja . .

En als 'n verschijning verdween de broeder, stil, zonder gerucht. Doch het duurde 'n oogenblik, vóór Laurens z'n ouders wekken ging. Hij vermocht niet aanstonds het gebeurde te realiseeren, het leek 'n korte, benauwende droom nu. Het kwam ook ten eenemale onverwacht... grootvader was juist zoo bizonder goed geweest dien dag . . . opvallend goed zelfs, zoo was hun aller indruk... en nu toch zou het einde komen, het sterven, waarover hij den laatsten tijd zoo dikwijls had loopen filosofeeren, het groote, nooit te doorschouwen mysterie, dat hem bijwijle gruwelijk beangstte en dan weer, in z'n moedelooze oogenblikken, vol troostende beloften leek van alles lenigende, eeuwige rust. Doch thans was het zien sterven van 'n mensch hem boven alles schrikwekkend, hij verloor zich zelf in 'n radelooze ontzetting, en toen hij de duistere gang doorsloop naar de slaapkamer van z'n ouders, scheen hem het donker vol wazig schimmen-beweeg en het huis te leven van geheimzinnige geluiden. Als 'n kind, schuw gemaakt door spookverhalen, stond hij, met kloppingen in z'n keel van angst, en vreemd gesuis in z'n ooren, voor de slaapkamer-deur van z'n ouders, schrikkend van den tik van z'n eigen vinger op het hout. Hij klopte zachtjes, wachtte even met ingehouden adem luisterend, toen weer en nog 'ns, totdat eindelijk de schorrige slaapstem van mama verschrikt vroeg, wie er was.

'n Paar uur later was vader Mencke dood.

Ze waren allen bij het sterven geweest, Henriet en Her-