is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man en de kinderen. Doch de verschrikkingen van 'n benauwden doodstrijd bleven hun gespaard, 't Was als in rustigen sluimer, de oogen stijf toegedrukt en den mond 'n weinig geopend, dat de oude, gesloopte man lag te zieltogen. Af en toe brak 'n zwak gereutel de wachtende stilte; en alle hoofden richtten zich dan naar het groote bed; ze meenden, dat het einde nu gekomen was. Maar de broeder, staande bij het hoofdeinde, 'n weinig naar den stervende overgebukt, beduidde met 'n bijna onmerkbaar gebaar, dat het leven nog niet was gevloden.

Eindelijk, het was tegen vier uur — duldeloos-langzaam sleepte de tijd, in de straat was het fabrieksgerucht reeds begonnen en uit de branderijen, die den tuin der Leyters ommuurden, klonk het doffe stooten der pompen tot de zieken-kamer door — dat het bleeke gelaat van den broeder zich ganschelijk naar den stervende overboog; er was toen kort, 'n benauwd gereutel en 'n klein gekraak van het ledikant. Doch even later was het volkomen stil; de stilte van den dood. Toen hief de broeder z'n hand en de kinderen slopen nader, geruischloos, alsof ze de rust van den overledene konden storen, sloten zich aan bij papa en mama, die zwijgend, den ganschen duur van het sterven bij het bed hadden gezeten, mama den zakdoek tegen den mond gedrukt, angstig starend naar het wassig-gele masker, dat bijna geheel weg dook in de weeke kussens, papa, het hoofd in de handen gesteund, vaag blikkend voor zich uit.

En nu eerst brak het klagend gesnik uit. Henriet, leunend tegen Hermans schouder, weende met nerveus lichaamsgeschok en Suus en Emmy depten onder zacht gekreun de overvloedige tranen met haar zakdoek weg. Maar ook de mannen, al hielden zij zich kalm, waren hevig onder den indruk. Leyter, ontsteld, bleek, had z'n arm om het middel van z'n vrouw geslagen, fluisterde liefkoozende troostwoorden; doch z'n stem trilde, stokte soms in 'n zucht. Jacob, nadat hij 'n korte poos bij het bed had gestaan, ging hoofd-gebogen de kamer uit en Laurens achteraf, rillend, stond tegen den muur geleund, beet zich de onderlip om niet in huilen uit te barsten. Hij vooral voelde zich uitgeput van de emoties der laatste dagen.