is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze wat ouder werden en kinderen hadden op te voeden.

Wie in deze dagen waarlijk blijmoedig genoot, was Herman Leyter; hij leefde in 'n roes van verjeugdigd optimisme nu één voor één de bezwarende moeilijkheden weg vielen, waartegen hij in den aanvang van het jaar zoo sterk had opgezien. En nog was er 'n gunstige factor bij gekomen, waarop hij niet had durven rekenen. Het ging dit jaar tot nu toe vrij goed met de branderijen; er werd verdiend. Je merkte het op de beurs aan de opgewekte gezichten van de branders en in de stad aan de grootere bedrijvigheid. Als dit jaar al z'n fabriek gewerkt had — met eenige spijtigheid had Leyter het zitten becijferen — hij zou 'n twintig mille verdiend hebben. Ja, 't was wel allemachtig jammer, dat hij van dit buitengewoon gunstige jaar niet had kunnen profiteeren. Maar, vermaande hij zich dan, hij moest tevreden zijn, kón het wezen trouwens. Afgezien van de financiëele kwestie, dit jaar was een van de voorspoedigste van z'n leven; 't had de vervulling gebracht van het meerendeel van z'n wenschen. Hij kon waarachtig niet meer verlangen, alleen maar hopen, dat de voorspoed zou blijven . .. 't mocht wel, na zooveel getob.

En in die stemming wilde hij van zijn kant alles doen om de bruidsdagen van Suus van 'n opgewekte feestelijkheid te maken, overlegde met Henriet, stelde met haar het menu op voor het déjeuner dinatoire, dat hij persoonlijk met den kok ging bespreken, schreef de adressen voor de invitatiekaarten, dacht om alle mogelijke kleinigheden, welke z'n vrouw in de drukte, die haar boven 't hoofd dreigde te groeien, vergat, 'n Vreugde en 'n verrassing was 't hem ook, dat Arnold en z'n vrouw de uitnoodiging voor de trouwpartij aannamen. Hij kreeg den brief, waarin z'n broer hem hun overkomst mede deelde, 's morgens aan 't ontbijt, 'n luimig-hartelijk briefje en vreemd, terwijl hij geloofd had, dat de behoefte om Arnold weer 'ns te zien en te spreken, door de jarenlange scheiding vrijwel was uitgesleten, ondervond hij nu 'n wezenlijke blijdschap, die hij ongewoon levendig uitte, zoodat Henriet hem goedmoedig er mee begon te plagen. Maar dat kon hij toen weer niet goed velen; 't maakte hem 'n beetje verlegen, vreesde dat ze