is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gullie hecht toch niet an voorteekens, wel?" vroeg tante Cor toen ernstig.

Doch Herman Leyter klapte in de handen om stilte.

,,'t Is hoog tijd, lieve menschen, we moeten gaan."

„Ja-ja, zeker," bevestigde oom Arnold.

Toen vormde zich de stoet, als hij zich verdeelen zou over de rijtuigen: eerst de bruidsmeisjes, daarna het bruidspaar, de vier getuigen en, voor het laatste rijtuig, tante Cor met Henriet, Laurens en Leyter zelf. Die, het laatst, trad aan de deur van het als plots achter hem uitgestorven huis.

De eerste twee rijtuigen waren reeds den hoek omgeslagen naar den Dam en uit het gezicht en de saamgegroepte nieuwsgierigen gingen langzaam uit elkander weer. Achter af nog, als een, die den tijd heeft, stond Manus Duimel. Hij lichtte met 'n moeë beweging z n pet, toen hij z'n vroegeren patroon op de stoep verschijnen zag en deze z'n kant opkeek. Even, met 'n welwillenden knik, groette Leyter terug; toen dook hij in het rijtuig, drukte zich zwijgend in'n hoek. Dat snel-verkommerde gezicht van z'n meesterknecht, het had hem 'n triest gevoel van deernis gegeven, er knaagde iets als verwijt... Die Duimel, een van z'n oudste en beste knechts ... Hij zou den volgenden dag maar 'ns naar 'm toegaan, wat brengen ... Maar overigens, ja God ... de wereld ging z'n loop ...

Einde eerste deel.