is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonder door Maria's voorspraak geschied: ter dier gelegenheid dichtte De Bo een liedeken honingzoet:

...Het was in veertien honderd

En tachentig mm een,

Dat Popering verwonderd

En blij was ongemeen,

Omdat Rassoen Vanhove

En zijne vrouw Jaakmijn Beloond in hun geloove

Met een mirakel zijn...

Volgt even ongekunsteld een omstandig verhaal naar de oorkonden: na vurig smeeken tot O. L. V., ontgraaft men het wichtje dat blijkbare teekens van leven geeft: het wordt ter kerk gebracht en gedoopt: — dan tot slot een gebed :

Maria hoog verheven,

U weze dank en prijs Voor 't kindeken zijn leven In 't eeuwig Paradijs.

Verkrijg ons ook die gunste

Van zalig dood te gaan :

Gaan varen is geen kunste,

Maar landen heeft wat aan.

Men zou gissen dat het vloeitie uit de keurige pen van een vromen monnik der middeleeuwen.

Had De Bo zijne niet te loochenen dichtergave kunnen ontwikkelen, zoo zou hij wellicht onder onze dichters eene allereerste plaats ingenomen hebben : maar zulks was zijn beroep niet: hij dichtte enkel uit noodwendigheid of uit tijdverdrijf : het beste zijner vrije stonden besteedde hij aan de taalstudie.