is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Moedertaal.

't Is kleen het land waar ik in wone, 't Is kleen waar ik geboren werd;

Maar 't is geen ander mij zoo schoone,

Geen ander mij zoo lief aan 't hert;

Geen ander bij het mijn geleken,

Schijnt mij zoo groot in pracht en praal; Want 'k hoore daar den Vlaming spreken In 't Vlaamsch, in mijne moedertaal.

Als ik in 's levens eersten bloezem Mijne eerste stemme klinken liet;

Als moeder mij op haren boezem Den naam van vader staamlen hiet;

Als mijn verstand begon te ontwaken En God aanbad voor de eerste maal:

't Was lijk mijn Vlaamsche vaadren spraken, 't Was in mijn schoone Vlaamsche taal.

Het Vlaamsch heeft in mijn hert ontsteken Het liefdevuur voor 't Vaderland;

En hoe ik luider Vlaamsch hoor spreken, Hoe machtiger dat vuur ook brandt; Hoe zoeter ik 't genoegen smake Dat ik in Vlaandren ademhaal.

De spraak is 't volk en 't volk de sprake, En Vlaandren is mijn Vlaamsche taal.