is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik spreek van Spanje niet, dat, nooit genoeg- betreurd ! Met broedrenbloed bevlekt, zijn eigen zelf verscheurt.

Maar gij dan, wat maakt gij 1 o edel Land der Franken ? Ik weet, het menschdom heeft u kostbren dienst te danken : Gij steunt den Paus, gij draagt 't Geloof de wereld rond, Met liefdewerk op werk ontloken op uw grond.

Doch 't gapen in dien grond ook aaklige spelonken Waaruit er dompen gaan van hellerook en vonken ;

En verre van dat kwaad te dempen, stookt gij 't vier En jaagt 't nog feller op.

En waarom mag ik hier Mijn dierbaar Vaderland, 't bekoorlijkste aller Landen, Wiens naam alleen mijn hert van liefde doet ontbranden,

Mijn Belgie niet voorbij gaan ? Ach ! het deert en 't spijt Mij zoo dat 't ook zijn roem verzaakt van vroegren tijd Voor vreemde afgoderij en roekelooze zonden.

Geen laster tegen 't goed wordt ievers uitgevonden,

Geen testament gescheurd dat christene aalmoes bood,

Geen slavend weezekind geplunderd van zijn brood,

Geen drukpers zwanger van verdervende schandalen,

Geen onrecht recht geplooid tot in de rechterzalen,

Geen priesterdom vervolgd, geen kerkhofgrond onteerd, Geen schooljeugd zonder God of tegen God geleerd,

Geen wet gestemd, geen ambt vervuld, geen raad geschoren Om wet en ambt en raad van Kerk of God te stooren : Of alles, alles wordt, helaas ! in Belgenland Verwelkoomd en getoefd en wierookgeur gebrand! Zoo donker in een nacht van onverstand en logen,

Ligt 't al, tot Belgie toe, verzonken en bedrogen.

Men wil van God niet meer in 's werelds Maatschappij.