is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat geeft hem nu dat eens de tegenspoed 't Venijn des weedoms griffelde in zijn bloed ? Dat hij moest smerten meugen die 't gemoed Des stervlings krooken ?

Wat geeft dat hij met volle teugen dronk Den kelk des hoons dien hem de wereld schonk, En dat rond hem een vloekgehuil herklonk Uit d'hel gebroken ?

Wat geeft dat hij miskend, vergeten, sneeft? Dat niemand weet welk graf zijn stof omgeeft ? En 't mugje alleen er gonzend over zweeft Bij 't avondzinken ?

Oh 1 'k sliepe ook geern verloren in dit veld Waar kruis noch heuvelgras mijn' name meldt, Als ik maar aan de bron, waar 't heil uit welt, Met hem mag drinken 1

Wat baat de zerk die op de doodschrijn drukt ? De marmren zuil wier pracht het oog verrukt ? De lettren die, 't arduin diep ingedrukt, Den doode prijzen ?

Wat baat de wilg die op de tombe treurt ? De krans van bloemen die, verwelkt, ontkleurd, De nietigheid van wat op aard gebeurt Toch meest bewijzen ?

Wat baat de traan die onder 't ooglid scheen Van die het stof der dooden hier betreên,

Indien de ziel voor aardsche nietigheên Moest eeuwig treuren ?...