is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Morgenlied van 't kind. (1)

O Vader, wien mijn vader groet;

Gij dien men noemt geknield ter neder;

Wiens naam, zoo schriklijk en zoo teeder,

Het hoofd van moeder buigen doet!

Men zegt, de zon, die 't ruim doorspiegelt,

Is maar een speelding in uw hand,

En lijk een klare gouden lamp Hangt zij beneên uw troon en wiegelt.

Men zegt, 't is gij die in de locht De kleene vogelen doet leven ;

Die ook de kindertjes wilt geven Een ziele die u kennen mocht.

Men zegt, gij doet de bloemen bloeien Waar zich de lochting mede tooit En zonder u 't en zoude nooit Geen fruit in onzen boogaard groeien.

Uw gunsten zijn aan al wat leeft Door uwe goedheid toegemeten ;

Het kleenste diertje is niet vergeten In 't feestmaal dat uw mildheid geeft!

(1) Dit stuk is een vierde vertaling van het Hymne de l enfant a son réveil „ door de Lamartine. De eerste vertaling is van C. Ledeg-anck, de tweede van H. Tollens, de derde van Kan. P. Claessens, Belgische lllustr. 1869-70, N. I.